Haagse Tijden.

denhaagkarinramaker

Dit blogstukje ontstond op met-k.com

’s Morgens vroeg fietsen door het centrum van Den Haag voelt als een vakantieochtend in Parijs. Of Antwerpen. Of waar dan ook. De winkels zijn net open of gaan open of zijn nog even gesloten. Achter gesloten deuren lopen mensen heen en weer met dozen of sleutels of kranten die net bezorgd zijn. Ook de vuilnismannen staan leunend achterop de wagen om grof vuil mee te nemen van de avond ervoor. Er fietsen een paar mensen naar hun werk, met of zonder aktetas. Er lopen mensen de trap af en op naar en van de metro. Er worden ramen gewassen, er wordt door een enkele bezoeker van een brasserie of cafe een kop koffie gedronken en een krantje gelezen terwijl men langzaam de ochtend inwijdt. De ochtend in Den Haag voelt echt als een ochtend in Parijs. Of Antwerpen. Madrid. De stadsochtend heeft zo zijn charme.

En terwijl ik door het centrum fiets langs de Douwe Egberts koffieshop, afbuig richting Voorhout en door de Parkstraat richting mijn werkafspraak ga, zie ik dat ik in amper tien minuten van de grens aan Wassenaar naar Parkstraat gefietst ben. Dat is onmogelijk. Dan merk ik dat mijn secondewijzer hapert. Als ik erop tik doet ie niets meer. Mijn horloge staat stil op tien over negen. Ik voel me gehandicapt zonder horloge. Mijn horloge is mijn allesie. Zonder tijd zweef ik zo. Dat is prima op een vrije dag, maar vervelend als ik naar een afspraak moet. Aan de andere kant, ik kan niet harder fietsen dan dit.

Als ik met de vrouw gesproken heb, een grote kop koffie gedronken heb terwijl we brainstormden over mogelijkheden, ga ik weer richting centrum. Ik moet naar een juwelier. Ik weet alleen niet waar een juwelier zit. Nadat ik mijn fiets weggezet heb struin ik langs net geopende winkels. Er zit ergens een Luigi Lucardi. Ik heb het niet zo op dat soort winkeltjes, maar vooruit, vragen kan altijd. Terwijl ik mijn horloge probeer af te doen, vraag ik aan de twee jonge meiden leunend op de toonbank hoe laat het is. Ik moet lachen om mijn eigen grapje, maar zij snappen de grap niet.

“Um, het is um … het is … iets over … half … nou … kijk zelf maar.” De ene jonge meid met ontzettend gebleekt haar in een niet gekamde staart laat me haar ultra zwart met wit geblokte grote horloge zien. Het is 10.41. Ik bedenk me geen moment en smoes dat mijn horloge het opeens weer doet. Ik maak dat ik wegkom.

,

Comments are closed.

Hofstijl, het laatste woord uit Den Haag