Voor de maand juni kozen de vijf dichters van het Haags dichtersgilde ieder een gebouw als onderwerp voor een gedicht. In de volgende gedichten komen de Bijenkorf, de van Ostadewoningen, het nieuwe Stadsdeelkantoor in Escamp, Madurodam en Den Haag CS voorbij.
Koning en het hof
Van Ostadewoningen
-voor Niels-
Onverwacht decor
van trapgevels
torentjes en tuinen
in grauwe volkse wijk
Jij was de directeur
van het theater
waar alle toneelstukken
begonnen met slapen
want: ‘zo krijg je een nieuwe dag’
De buren kochten een kaartje
zaten op emmers of tegels
te wachten tot jij vader
kind of tovenaar was
Je gaf Cats, Hanneman
en Van Ostade een Potter
die nimmer een lijn
op doek had gezet
De magie zat in het einde
je telde de winst – elf florijnen
het salaris van de acteurs
een ijsje voor alle kinderen
uit jouw buurt
Diann van Faassen

EENZAAM AAN DE TOP
Stadsdeelkantoor Escamp aan de Leyweg
Is het de wijkjonkvrouw zwaaiend met haar zakdoek,
door haar verrekijker naar prinselijke mannen speurend,
heimelijk haar vlechten ontrollend als een klimtouw,
waarover de uitverkorene naar binnen wordt geloodst?
Is het meneer Baas van de Buurt die als maar hoger wil,
niemand boven zich duldt en stiekem gluurt naar
Zijn met boodschappen en kinderen voorbijschuivend volk?
Hij die alles ziet maar zelf onzichtbaar onaantastbaar is.
Is het de klusjesman die als laatste een kamer mocht kiezen,
die nu de hele dag zwaar bepakt de trappen op en af sjouwt
met hamers, bezems, poetsdoeken, schroeven en ladders,
om ´s avonds als laatste de deur achter zich dicht te trekken?
Ik droom dat ik daarboven wanneer iedereen op vakantie is,
even de ´alles in één jonkvrouw, baas en klusjesman´ mag zijn.
Harry Zevenbergen

(foto: Roel1943 / CC BY-NC)
Centraal Station
Van verre ziet men het al staan: dit is een eindstation
Stootblok van om het even elf etages hoog
Geen ornament of franje of sierlijke boog
Het is hoekig en nors. Glas en bozig beton
Niemand heeft op tijd gedwarsboomd dat het zo niet kon
Station van steenhard modernisme staat gortdroog
- Geen gratie, schoonheid of uitnodiging voor ’t oog -
Beschenen door de schaduwzijde van de zon
Toch rijden er talloze treinen af en aan
Ze lijken er nauwelijks bij stil te staan
Wagonladingen geelheid, veelheid van licht en kleur
Als nu gevelgroot, zijde Koningin Julianaplein
De stoomloc van Charles Sheeler te zien zou zijn
Was Den Haag Centraal een eindstation met grandeur
Anne-Tjerk Mante

(foto: Charles Sheeler (USA, 1883-1965), ‘Rolling Power’, oil on canvas, 1939)
IN DE BIJENKORF
Etalagepopjes op een dieet van nectar en stuifmeel
Poseren in een jurk van zwart, een blouse van okergeel
En een schoudertas met een zeshoekig patroon
Overal triomfeert het vertrouwde hexagoon
Waar de leus op het flesje ronduit liegt
Waar dames ruiken naar iets zwaars dat snel vervliegt
Waar Eau de Cologne op een hals of honderd
de reukzin van de klanten overdondert
En de koningin, gevallen uit het glas in lood
ligt op de ebbenhouten trappen
verwend naar lucht te happen
De arme schat, de uitverkoren vrucht,
kijkt verlangend naar de draaideur en de wolkjes verse lucht
De bijenkorf,
Een vleugelachtig raamglas
in bruingeworden bijenwas
Ze zijn er nog, ik herinner het me graag
de wondermooiste trappen van Den Haag
Milla Braat

Nieuwe stad (1:25)
Gedicht voor Madurodam
In de schaduwen van de zon
Net zo moe als de anderen
Een losse tegel van de stoep,
de struik gebroken
De stad was niet bemuurd
Een elektrische baan trok haar open
en reuzen hadden haar bezocht
In de stralen plots een stad
waar alle talen klonken
Het ‘hier’ en ‘daar’ overkoepeld
Door hier en altijd nu
Een prinses pakte je hand
maar dat was helemaal niet nodig
Het overzicht was glimmend mooi
Het wonder van de schaal voltrok zich
De langste man op aarde danste
en de fotografen,
zij schenken de herinnering
Gilles Boeuf








Het Gebouw
Oh kon je maar van hier
Scheveningen zien