DE BALANS; mensen die ongemerkt passeren

De balans is een column waarin Harry Zevenbergen iedere week gebeurtenissen uit de Haagse actualiteit belicht. De column is iedere woensdag om 10.40 uur te beluisteren bij Studio Haagse Bluf (www.denhaagfm.com).

Iedere dag gaan er heel veel mensen dood. De meeste ken ik niet, gelukkig niet. Ik zou het er maar druk mee hebben. Er zijn vast veel ontzettend interessante mensen bij, mensen die echt iets aan mijn leven hadden kunnen toevoegen. Maar net zomin als ik alle boeken kan lezen, cd´s luisteren, schilderijen bekijken, steden bezoeken, heb ik lang geleden leren berusten in het feit dat ik niet alle interessante mensen kan leren kennen. Het voordeel is dat ik niet hoef te rouwen, wanneer deze mensen dood gaan, bands uit elkaar, schrijvers geen woord meer op papier krijgen, steden weggebombardeerd worden. Ik kan ze niet missen, ik heb meestal niet eens van ze gehoord.

Af en toe gaat er iemand dood, die ik ken, waar ik om geef of zelfs van hou en soms iemand die tussen wal en schip valt. Geen vriend en ook geen onbekende. 5 jaar geleden maakte de 28-jarige Haagse literatuurwetenschapper en dichter Jeroen Mettes een einde aan zijn leven. Hij werkte als hoogleraar aan de Universiteit van Leiden en roerde zich op vooraanstaande poëzielogs en op zijn eigen log Poëzienotities. Ik heb Jeroen nooit gezien. D.w.z. hij woonde in Den Haag, dus misschien zijn we elkaar wel eens tegen gekomen of zelfs met enige regelmaat zonder dat we dat wisten, zonder dat we dat merkten. Misschien was hij wel één van die gezichten, die ik herken wanneer ik ze zie. Na zijn dood werd hij dat ene gezicht in de menigte zonder naam, dat verdwenen is.

Ik was een trouwe lezer van zijn log en één keer raakte ik in een maildiscussie met hem verzeild. Ik reageerde op iets wat hij zei. De aanleiding is niet terug te vinden op de betreffende site. Het ging over academische poëzie vs poëzie als voordrachtskunst en het misverstand dat de orale poëzietraditie een aftreksel is van de papieren en iets over minstreels en troubadours als Middeleeuwse podiumdichters. Het deed er niet echt toe en het doet er nu al helemaal niet meer toe. Je kunt poëzie schrijven en je kunt het voordragen. Punt. Veel meer hoef je daar eigenlijk niet over te zeggen. De discussie over wat belangrijker is, meer waard, ouder ach. Het is leuk als tijdverdrijf, maar ik ben dan ook geen taalwetenschapper.

We mailden één keer heen en weer. Het was de enige bewuste interactie, die er ooit tussen ons plaatsvond en zal vinden. Gisteren, vijf jaar na zijn dood kwamen zijn eerste en laatste twee boeken uit, de rest zal ongeschreven bleven. De presentatie vond plaats in het HEMA restaurant, waar hij altijd heen ging wanneer hij een nieuwe poëziebundel had gekocht. Daar las hij de gedichten en maakte hij aantekeningen voor een bespreking op zijn blog.

Ik weet nog dat toen ik las van Jeroen´s dood, de berichten kwamen op gang nadat hij als laatste teken van leven een lege log op zijn Poëzienotities had gepost, ik niet verdrietig was. Er waaide alleen even een koude wind door mijn hoofd en er liep een rilling over mijn rug en ik dacht dingen als: ´Zo jong nog´ en ´zonde´. Wat moet je anders denken op zo´n moment.

, , ,

Comments are closed.

Hofstijl, het laatste woord uit Den Haag