Dun water of dik water?

Die vraag schoot me laatst te binnen toen ik dacht aan waar ik ben opgegroeid. De Newtonstraat of eigenlijk Joetonstraat want zo spraken wij dat uit; zo herken ik trouwens nog steeds mensen die daar ook vandaan komen aan de manier waarop ze die naam uitspreken want geloof me niemand uit onze buurt wist wie Sir Isaac was.

Sommige mensen vonden het een slechte buurt maar die woonden er meestal niet. Voor mij was het gewoon een hele fijne buurt om op te groeien. Veilig en geborgen. Er woonden allerlei soorten mensen; brave burgers, drankorgels, halve criminelen, drugshoofden, harde werkers en voor altijd afgekeurden die meer bijklusten dan legale aannemers in een werkweek konden verdienen. Kortom van alles wat en alle kleuren en geloven door elkaar.

Omdat er erg veel auto’s door de straat reden, speelde ik ook vaak op het balkon.

Naast ons woonde een oude joodse man die vroeger aardappelhandelaar geweest was. Het was een grote, forse man met een stevige rode neus waarvan men zei dat dat kwam omdat íe erg van een borreltje hield, en heldere, vriendelijke ogen. Wanneer hij hoorde dat ik op het balkon aan het spelen was, kwam hij vaak een praatje met me maken. Wat ik aan het spelen was, hoe het met me ging en vaak vroeg íe of ik nog was wezen zwemmen want hij wist dat ik op zwemles zat. Dan vroeg hij altijd of ik in dik of dun water had gezwommen in de Regentes. Ik had geen flauw idee wat hij bedoelde dus zei ik altijd maar dat t water dun was. “Jammer, jammer” mompelde hij dan “daar heb je toch niks aan dun water?”

Ik was zes jaar oud en snapte geen reet van al dat gedoe over dik of dun. Water was water toch? Ondanks dat ik hem niet begreep, praatte ik graag met ‘m.

Een jaar later lag ik in het Juliana Kinderziekenhuis met een infectie en was behoorlijk ziek. Het was een bloedhete zomer, 1976 geloof ik. Dat ziekenhuis was op zich best uit te houden. Maar het eten mijn god wat een gruwel! Ik heb nooit ergens meer zulk smerig eten geproefd; het zou strafbaar moeten zijn dat aan de mensheid voor te zetten. Maar ze gaven het gewoon aan kinderen, niks gewetensbezwaren. Erger nog ze hebben zelfs een keer geprobeerd me te dwangvoeren toen ik weigerde het op te eten. Niet dat t ze gelukt is maar toch. In ieder geval at ik erg slecht en toen die buurman dat hoorde, kwam hij bijna elke dag naar het ziekenhuis om me op te zoeken en me wat lekkers te eten toe te stoppen. Ik zie hem nog aankomen over het grasveld op het binnenterrein. “Alles goed met je jungen, voel je je al wat beter?” Dan ging die grote klauw in de zak van zijn jasje en kwam terug soms met een mars en bijna altijd met een stuk kosjere leverworst, ik ben er nog steeds gek op. Terwijl ik dat zat op te smikkelen gaf íe me een aai over mijn bol en ging weer naar huis. Drie weken lag ik daar en hij is ik weet niet hoe vaak langsgeweest. Lief toch om zoiets te doen voor je buurjongen?

Het is nu vele jaren later en ik denk nog weleens aan hem. Vooral als ik bij de slijter sta om een fles oude jenever te kopen. Helaas leeft die goede man allang niet meer maar nu ben ik degene die heel erg van een borreltje houd.

Ik begrijp nu ook wat hij bedoelde met dat dikke en dunne water…

Dus heel vaak als ik met m’n fles naar huis loop zeg ik heel zachtjes tegen hem: ”dik water buurman, dik water.”

Snaaijbaard 15-09-2011

, , ,

6 Responses to Dun water of dik water?

  1. Roel Wijnants augustus 16, 2011 at 3:48 pm #

    . Mooi verhaal met warmte doorgegeven. wat je als kind meemaakte vergeet je nooit meer

  2. Eduard augustus 16, 2011 at 4:24 pm #

    Wij zeiden altijd ‘Neftunstraat’. Heb daar in de buurt (volgens mij was dat in de Cartesiusstraat) altijd ons oud papier weggebracht. Moest toen altijd door de Newtonstraat fietsen, met een van oude kranten uitpuilende fiets.
    Papier werd op een plateau geplaatst dat tevens weegschaal was. Kreeg meestal een kwartje of vijftig cent.
    Daar vlakbij was ook een soort huishoudschool.

  3. Raasveldt augustus 16, 2011 at 6:35 pm #

    Leuk stuk over vroegâh. Het klinkt misschien vreemd, maar ik zou er geen bezwaar tegen hebben om die jeugd (50 en 60-er jaren) nog eens over te doen. Het leven was toen nog onbezorgd en je kon heerlijk op straat spelen. Als het ’s winters geijzeld had een half uur wachten tot er eindelijk een auto door de straat kwam, en dan tot grote woede van de bestuurder met z’n allen aan de bumper hangen en je de straat door laten slepen. Als hij stopte en uitstapte gauw op veilige afstand gaan staan, maar zodra hij verder reed weer gauw de bumper pakken.

  4. Snaaijbaard augustus 16, 2011 at 7:47 pm #

    Inderdaad de mooiste jaren en het gekke is dat je dat pas begrijpt als je ouder wordt. Als kind heb je er geen benul van en dat maakt t mooi.
    Dank je voor het comliment Roel. Ik wilde deze man goed opschrijven en nu weet ik dat t gelukt is.

  5. Radio De Kockstraat augustus 16, 2011 at 9:12 pm #

    Briljant, Snaaijbaard!
    Tap-tap-tap …

  6. Yvon augustus 18, 2011 at 1:54 am #

    Goud zo´n buurman, maakte die ziekenhuistijd vast minder horror. Geloof niet dat er veel veranderd is trouwens qua maaltijden, maar als verpleegkundigen je bij de lijst al de helft afraden om aan te kruisen… Mooi verhaal Snaaijbaard! (Je hebt wel een heel eigen stijl voor alinea opbouw, maar is geen kritiek!)

Hofstijl, het laatste woord uit Den Haag