Dagboek van een postbezorger in de Schilderswijk, Deel 8 Mens ergert zich dood

Half vijf in de ochtend rijd ik de Koningsstraat in op weg naar de Zonweg voor mijn nachtelijke werk als postsorteerder. Voor me een collega rijden, ik schat haar rond de zestig, maar als ze dit leest bedoel ik natuurlijk 50. Met zo´n 10 meter  tussenruimte rijden we langs de bibliotheek, steken de Hoefkade over. Ik zet even aan om in het wiel te komen of om mee op te fietsen. Maar in plaats van dat mijn achterstand kleiner wordt groeit deze. Ik doe er nog een schepje bovenop. Het gat van 20 meter wordt een beetje kleiner, het kost alleen veel te veel moeite. Om er langs te gaan zou ik voluit moeten sprinten en kom ik bezweet op mijn werk aan. Ik besluit de achterstand ongeveer gelijk te houden, maar deze groeit weer. Beetje bij beetje rijdt ze bij me weg. Op de Zonweg kom ik haar tegen bij de fietsenstalling en zie dat haar fiets een hulpmotortje heeft. Het verklaart mijn falen, maar het is geen excuus. Volgende keer spring ik in het wiel en laat me mee sleuren in de slipstream, om er op de Zonweg dan een eindsprint uit te persen. Dampend van het zweet zet ik me aan het werk.

Een paar dagen later ben ik de post aan het bezorgen in de van Hoogendorpstraat. Bij nummer 13 staat een meisje reclamefolders in de bussen te doen. Wanneer ze bij 13 a is sta ik naast haar. Ik wil eerder dan haar bij 15 zijn. Bij 13f is weet ik over haar heen buigend de één na laatste bus te vullen en gelijk wanneer ze omdraait de laatste. Ik doe een poging haar in te halen op weg naar nummer 15 en slaag in deze opzet. Met een razende vaart gooi ik de post in de bussen. Bij 17, 19, 25, 27…. Het gaat me niet om het meedoen, het gaat om de overwinning. Het meisje heeft de handschoen opgepakt. De klank van papier op de ijzeren brievenbussen klinkt luidt door de altijd zo rustige van Hoogendorpstraat. Ze loopt nu weer op me in, omdat mijn post niet goed gesorteerd is. Ik vervloek mijn slordige collega. Gelukkig komt het einde van de straat ook snel dichterbij. Ik ga het halen. Drie galerijen voor het einde komt het vriendinnetje van het meisje wat ik met veel moeite achter me hou van de andere kant. Bij nummer 99 komen we elkaar tegen. Zij zijn klaar. Samen lopen ze
lachend de straat uit, het Oranjeplein op. Met een chagrijnige kop doe ik de laatste bussen aan de oneven kant en steek de straat over. Zelfs de verbetering van mijn persoonlijk Hoogendorpstraatrecord voelt als een troostprijs. De tweede plaats telt niet. Pas als ik gedreven door revanchegevoelens het van der Duijnstraat record verpletter, breekt er weer een glimlach door op mijn gezicht.

Ik heb een topsportmentaliteit in mijn hoofd en het lichaam van een amateursporter. Dat is een gevaarlijke mix. Het resultaat is een nietsontziende competitiedrang. Gewoon een stukje fietsen is er voor mij niet bij. Rustig de post bezorgen of een gezelschapsspel met mijn kinderen of vrienden doen kan ik niet. Ik zoek de grens en ga soms erg ver om een potje Kolonisten of  het Tour de France spel te winnen. Ik hou me aan de regels, maar vind dat alles wat niet in de regels staat
mag. De mazen in de wet, ik weet ze altijd te vinden. Mijn kinderen of vrienden ergeren zich soms dood. Ze maken liever een grapje of zeggen dat het maar een spelletje is en rommelen maar wat aan. Het maakt me witheet. Een overwinning maakt dat allemaal goed. Voor mij dan.

, , ,

2 Responses to Dagboek van een postbezorger in de Schilderswijk, Deel 8 Mens ergert zich dood

  1. Niek september 17, 2011 at 12:39 am #

    Geweldig stuk Harry. Ik zou bijna weer enthousiast worden om postbezorger te worden. Maar ja, die tassen hè?

  2. M.A.D. Bello september 17, 2011 at 5:53 pm #

    Wel even rustig aan doen in de van de Duynstraat he! 😉

Hofstijl, het laatste woord uit Den Haag