Dagboek van een postbezorger in de Schilderswijk, Deel 9 Nietsdoen en kuieren

Het is rustig bij de post in de zomer. Rond kwart voor 5 fiets ik richting de Zonweg. Naast het bezorgen van de post sorteer ik ´s ochtends ook de post voor de postbussen. Deze komt in twee ladingen. De eerste staat om 5 uur klaar in bakken bij de juiste kasten. Iedere postsorteerder heeft vaste kasten, al verschuift er wel eens wat als er een nieuwe komt. Rond kwart voor zes komt de vrachtwagen met de tweede lading. Normaal sluit het redelijk op elkaar aan en gaat de eerste lading geruisloos over in de tweede. Dit bedoel ik overigens niet letterlijk. De twee verdelers van de post zijn luidruchtige mannetjes, die van zich laten horen. Verbaal en wanneer de ze de kisten van grote afstand voor de juiste kast proberen te gooien cq schuiven. Het doet een beetje denken aan Curling, in gedachten zie ik één van de twee met een bezem voor de kratten uitrennen. Curling daar kun je mij voor wakkeer maken.

De radio staat op een zender waar ze maar een plaat of 20 hebben, die keer op keer voorbij komen. De stemmen en de muziek zijn allemaal door dezelfde effecten gemanipuleerd en volledig inwisselbaar.De ene verdeler roept daar met hoge stem van alles doorheen. Imiteert de chef, de ander heeft een veel lagere stem en komt minder makkelijk boven de muziek uit. Ik versta hem alleen als hij achter me loopt.

In de zomer valt er een gat in het werkschema. Eén voor één zijn de postsorteerders klaar met hun kast(en). Sommigen kijken rond of er nog ergens een kast over is, halen al vast wat volle vakken leeg en binden bundeltjes met elastiekjes. Anderen hebben minder moeite met de rust. Ze komen om kwart over 5 binnen sloffen, doen hun kasten en zijn net klaar voor de tweede lading. Ze negeren evt. andere werkjes of een kast die over is wanneer iemand er niet is. Ik kan niet langzamer werken, ik kan niet niets gaan staan doen en koffie lust ik niet. Dus ik zoék werk.

Nadat de tweede lading is gearriveerd gaat wel bijna iedereen voluit. Want als de bakken leeg zijn, de post uit de kasten gebundeld is en in andere bakken gedaan gaat deze op karren die corresponderen met bepaalde ritten. Achter de kasten worden de bundels door ons in postzakken gegooid en op andere karren gegooid die door busjes naar de juiste postbussen worden gebracht. Wanneer alle post weg is mogen we naar huis, ook als het nog geen zeven uur is. Dat is de reden van de ijver in het tweede deel.

Op één van die rustige dagen komt een oude postbode naar me toe, hij ziet dat ik slecht ben in niets doen laten lijken op druk bezig zijn. Hij maakt een bundel loopt daar op zijn dooie akkertje mee naar de juiste krat en kuiert terug om nog een bundel te maken. Hij zegt: ´zorg dat ze niet zien dat je niets doet.´ Hij knipoogt en sloft weg met een bundel. Wanneer ik goed rond kijk zie ik dat er meer mensen zijn, die de kunst van ´nietsdoen laten lijken op hard werken´ perfect beheersen. De uitdaging ook hier de beste in te worden prikkelt me. Maar al snel moet ik erkennen dat ik niet overal de beste in kan zijn.

, , , ,

Comments are closed.

Hofstijl, het laatste woord uit Den Haag