Qat: omgeven door mysteries en taboes

(C) Bart van Vliet

Er is momenteel een meerderheid binnen de Tweede Kamer voor het verbieden van de drug qat. Maar wat is qat eigenlijk, en wie gebruiken het? Onderstaand artikel is een bijdrage van Jeroen Stam, geschreven voor het blad Houvast waarin het vorige winter verscheen.

Qat is een plant die vooral in de Oost-Afrikaanse landen Jemen, Kenia en Somalië wordt gebruikt. Het kauwen op de blaadjes van de Catha edulis-plant zou vermoeidheid en honger verdrijven. In Europa wordt qat met name door de Somalische gemeenschap gebruikt. Onder deze gemeenschap groeit de laatste tijd steeds meer het besef dat het traditionele qat-kauwen een verkapte vorm van verslaving is, met alle schadelijke gevolgen van dien. Behandeling ervan stuit onder de Somalische diaspora echter op grote problemen: qat-gebruik is een groot taboe waar de meesten liever niet over spreken.

Over qat is in Nederland nog maar weinig bekend. Dat qat kan uitmonden in een volwaardige verslaving, met alle verwoestende gevolgen voor de gebruiker en diens omgeving, is ook bij weinigen bekend. Qat wordt gebruikt door langdurig op de bladeren van de plant te kauwen. Qat-kauwers kopen de bladeren per bosje. Een bosje qat kost rond de 5 euro, en is verkrijgbaar in een van de vele qat-huizen die Den Haag inmiddels rijk is. In deze panden kauwen de gebruikers uren achter elkaar op de bladeren, en raken zo in een roes. Een sessie duurt minstens zes uur, maar kan dagen achtereen doorgaan. In Nederland wordt qat vooral door Somaliërs gebruikt, gegevens over gebruikers met een andere nationaliteit zijn nauwelijks voorhanden.

Qat wordt alom beschouwd als een licht stimulerend middel. In tegenstelling tot in de ons omringende landen is de handel in qat of het gebruik ervan niet wettelijk verboden. Qat wordt niet genoemd in de Opiumwet. Mede hierdoor vindt vanuit Nederland grootschalige doorvoer van qat plaats naar andere Europese landen, waar handel en gebruik wel streng verboden zijn.

Desondanks groeit het besef onder met name de Somalische gemeenschap dat het gebruik van qat verslavender is dan algemeen wordt aangenomen. Ook groeit het besef dat het gebruik van qat veel meer schadelijke gevolgen heeft voor het leven van gebruikers, op zowel medisch als psychosociaal vlak. Qat heeft op gebruikers een stimulerende werking die kan uitmonden in agressie en geweld, niet zelden in de huiselijke sfeer. Het nakomen van werk- of studieverplichtingen heeft vaak te lijden onder qat-gebruik, en het gebit van een gebruiker wordt al snel slechter door het vele kauwen van de bladeren.

In de Somalische gemeenschap rust een groot taboe op het gebruik van qat, waardoor verslaving vaak te laat wordt gesignaleerd en de hulpverlening grote moeite heeft gebruikers te bereiken en te behandelen. De Haagse stichting Dalmar richt zich middels verschillende activiteiten op de Somalische gemeenschap in de regio Haaglanden. Ahmed Abdulwahab – coördinator bij stichting Dalmar: “In Den Haag en omstreken leven ongeveer 5.000 oorspronkelijke Somaliërs. Exacte cijfers over het aantal verslaafden ontbreken. Maar uiteraard is niet iedere Somaliër een verslaafde qat-gebruiker. Wel kent Den Haag relatief veel qat-huizen, waar gebruikers hun qat kopen en gebruiken. Momenteel zien we een verschuiving plaatsvinden onder de mensen die qat gebruiken. Voorheen werd dit middel vooral door oudere mannen gebruikt. De laatste tijd zien we ook meer jongeren en vrouwen het gebruiken. Dat is een zorgwekkende ontwikkeling, want een qat-verslaving tast hele gezinnen en complete families aan. Waarom vrouwen en jongeren nu meer zijn gaan gebruiken, weten we niet precies. Het kan een gevolg van armoede of werkloosheid zijn, mensen gaan het gebruiken om hun problemen te vergeten. Een van de fabels is dat qat suikerziekte tegengaat. Daar zou ook een oorzaak kunnen liggen. Maar omtrent het waarom van deze ontwikkeling zijn nog veel vragen te beantwoorden. Wat we wel weten, is dat het gebruik toeneemt, en dat het bespreken ervan onder de Somalische gemeenschap op grote problemen stuit, daar dit een gesloten gemeenschap is die haar problemen niet graag openbaart.”

Ahmed Abdulwahab vervolgt: “Qat-gebruikers creeëren een eigen wereldje. Ze trekken vooral met elkaar op, verzuimen op school en op het werk en komen hun dagelijkse verplichtingen niet meer na. Wie de hele nacht qat kauwt, functioneert overdag natuurlijk slecht. Wie eenmaal verslaafd is en ook als zodanig bij de eigen gemeenschap bekend staat, heeft een groot probleem. Qat heeft namelijk een zeer negatief imago. Door irritatie en agressie ontstaan problemen met familie- of gezinsleden, en gebruikers verliezen al snel alle respect van hun omgeving. Somaliërs trouwen traditioneel veel binnen de eigen gemeenschap. Iemand van wie bekend is dat hij gebruikt, zal daardoor grote moeite hebben een huwelijkspartner te vinden, waardoor hij of zij geïsoleerd komt te staan ten opzichte van de eigen gemeenschap.”

Stichting Dalmar probeert enerzijds die taboes te doorbreken, en anderzijds hulpverlening aan verslaafden op gang te brengen door samen te werken met de reguliere hulpverlening. De stichting organiseert activiteiten, debatten, bijeenkomsten en conferenties gericht op de specifieke doelgroepen jongeren en vrouwen. Dat gebeurt met zelf getrainde voorlichters die binnen hun eigen, informele netwerk activiteiten opzetten en en passant het onderwerp van qat bespreken. Die omzichtige benadering is nodig, omdat het taboe dat op qat rust nog te groot is om het onderwerp direct op de agenda te zetten.

Khalid Mohamed is hoofd van de jongerenafdeling van stichting Dalmar: “Dalmar betekent eigenlijk reiziger, of ontdekker. De Somalische gemeenschap in Nederland is als een diaspora. Zij ontdekken een nieuwe wereld in Nederland. Maar door een taalbarrière en een culturele kloof hebben zij soms moeite zich te oriënteren. Daarom hebben wij folders ontwikkeld in het Somalisch en het Nederlands. Dit en vorig jaar hebben wij zelf 14 zorg-intermediairs opgeleid. Zij bezoeken qat-huizen en houden voeling met de Somalische gemeenschap. We zoeken voortdurend contact met reguliere hulpverlenende organisaties zoals de GGD en Parnassia. We lichten hulpverleners voor over qat, het gebruik en de gevolgen en risico’s. Wij kennen de culturele context en de doelgroep. Met onze kennis en ervaring proberen we hen instrumenten in handen te geven voor behandeling van een verslaving, en hoe om te gaan met de culturele verschillen. Maar we zorgen nadrukkelijk niet voor behandeling. Wij hebben niet de missie, intentie of capaciteit om mensen te behandelen. Wij willen mensen bewust maken, dit probleem bespreekbaar maken, en het signaleren richting hulpverlening. De hulpverlening zelf laten we over aan de professionals.”

© foto I: Bart van Vliet
CC foto II: WhiteAfrican

, , , ,

1 reactie op Qat: omgeven door mysteries en taboes

  1. autoflowering zaden februari 29, 2012 op 9:27 pm #

    Het is inderdaad een rare plant…
    Helaas weten wij er als land gewoon te weinig van om het eventueel op een andere manier te behandelen. Net als met cannabis is het vast wel mogelijk om het op een bepaalde manier te gedogen.
    Cannabis heeft natuurlijk een lange geschiedenis in onze cultuur en er is natuurlijk ook al bewezen dat er ook goede aspecten aan zijn.
    Ik ben benieuwd hoe lang het duurt tot dit ook op de lijst van verdovende middelen gezet wordt.

Geef een reactie