Filmreview: Moneyball

Moneyball is op papier een vreemde film. Misschien zelfs een saaie film. Een film over baseball, honkbal dus. Een spel waarin statistiek een belangrijke rol speelt. Toch is Moneyball verre van een saaie film.

De film laat zien hoe de general manager van het honkbalteam Oakland Athletics, Billy Beane, een rol van Brad Pitt, te kampen heeft met een slecht team en een daarbij behorend beperkt budget. Vandaar de titel Moneyball. En met weinig centen kun je alleen slechte spelers kopen. Of niet? Nou niet dus. Honkbal is namelijk sterk gebaseerd op statistiek. Statistische gegevens die worden gebruikt om teams mee samen te stellen en de opstelling van dat team tijdens de match mee te bepalen. Complexe kansberekeningen worden op basis van o.a. werpsnelheden en slagkansen gemaakt. Bill James, een honkbal-schrijver en statisticus, verzon onder de noemer The Sabermetric Manifesto daar een totaal nieuw model voor. De film Moneyball staat in het teken van dit nieuwe statistische model. En Peter Brand, de assistent manager van Billy Beane in de film, kan dat model voor het eerst in de praktijk brengen dankzij het totale vertrouwen dat ‘ie van Billy krijgt. Samen gaan ze ermee aan de slag.

Deze Peter Brand rekent uit dat er met een behoorlijk beperkt budget dankzij het The Sabermetric Manifesto model toch op termijn wedstrijden gewonnen kunnen gaan worden om zo Oakland Athletics weer het succes te brengen. Iets dat met argusogen bekeken wordt door de concurrentie, collega’s en pers. Billy en Peter vertrouwen er blind op dat hun methode z’n vruchten zal gaan afwerpen. Ook al is het een kwestie van tijd en volhouden.

Hoewel het een honkbal-film is zien we relatief weinig beelden vanaf het veld. Wat we vooral zien is het geworstel op het kantoor. Het onbegrip waar de heren op stuiten. Het gedoe met het geld. Spelers inkopen en weer verkopen. En vooral dat blinde vertrouwen ook al worden ze zo’n beetje door iedereen keihard letterlijk in het gezicht uitgelachen. Hun team wordt niet serieus genomen. Zonder topklasse spelers (lees: heel veel geld) zal je het nooit redden. Dat idee.

De fotografie van de film is prachtig. De film oogt zelfs documentair, zo ‘eerlijk’ en naturel zijn de beelden. Het acteerwerk is geweldig en de muziek speelt een zeer subtiele dienende rol (lees: geen grotesk Hollywood orkestwerk). De film neemt je mee in een revolutionair plan van twee mannen die weten wat ze willen en ervoor willen knokken. Een film die duidelijk maakt dat een team dat samengesteld is uit topklasse spelers het zwaar kan afleggen tegenover een team dat is samengesteld op basis van een slimme samenstelling van middelmatige spelers. Het schut de gevestigde orde lekker door elkaar. Dat voor onmogelijk gehouden werd, bleek mogelijk. Zoals het conservatisme het altijd en eeuwig zal afleggen tegen het creatieve, de vernieuwing.

Dat voor alle kansberekeningen en statistieken de computer een grote rol in deze film speelt mag duidelijk zijn. Ook iets waar het conservatisme niets mee kan. Computers inzetten voor een spel, dat kan natuurlijk niet. Lijkt dit niet op de discussies die wij vandaag de dag ook nog voeren? Geloven wij echt in internet of wantrouwen we het?

Sommige mensen zien de toekomst en gaan ervoor. We noemen dat blind vertrouwen. Maar blind is hun vertrouwen niet. Eerder helder. Want blind zijn diegenen die het niet zien. Of niet willen zien.

Moneyball, ga hem zien!

, , , , , ,

Comments are closed.

Hofstijl, het laatste woord uit Den Haag