Guerilla Gardening

guerilla-gardening

Toen de eigenzinnige Robin Hood een jaar of twintig was, leefde hij met vrienden, pijl en boog in het Sherwood Forrest. Het verhaal, de ballade eigenlijk, laat ons geloven dat de groep vrienden goedhartige daden verrichtten voor het volk. Dat de amokmakers tijdens het uitvoeren van hun barmhartigheid af en toe ietwat onaangepast gedrag vertoonden, is inmiddels bekend. Zo’n bijzondere groep, hoewel met iets gematigder inslag, vormen ook de guerilla gardeners. Deze mensen hebben zo genoeg van saai gemeentegroen en duffe heggetjes dat ze zélf de perken induiken. Zonder toestemming van de gemeente.

De eigentijdse Robin Hoods bestaan al sinds de jaren zeventig. De beweging startte toen een kunstenares in New York tomaten plantte op de hopen vuilnis in haar wijk, en die groeiden wonderwel. Haar voorbeeld werd gevolgd door anderen over de hele wereld, vertelt guerilla gardener Richard Reynolds in zijn handboek ’On Guerilla Gardening’. Hoewel er in Afrika vooral clandestien maïs wordt gezaaid – om te kunnen eten.

Guerilla gardeners gebruiken schuilnamen, zoals echte revolutionairen betaamd. Kathleen 28, Garfield en Harry & Sally zijn gewapend. Met een zaadbom, een opgeblazen ballon gevuld met bloemzaadjes, mos, mest en water. Het gooien hiervan is bijzonder doeltreffend voor het vergroenen van een straat of wijk, maar het kan nog sneller: gooi, al rijdende op je fiets of scooter een handje vol schijnpapaverzaadjes naar rechts en de berm bloeit in een múm van tijd.

Natuurlijk zijn er mensen die van mening zijn dat deze groene revolutie-achtige manier van tuinieren alleen maar een verrommeling van het stadsbeeld oplevert. Ze zijn bang voor een trutbrigade van volgepropte bloembakken aan een brugleuning, willekeurig gelichte stoeptegels vol bessenstruiken en omgespitte stukken gras met lullige perkplantjes. Anderen zien alleen begeesterde bewoners met groene vingers die gewapend met magische gieter, toverschop en droomplanten de stad omtoveren in een groene oase.

Stel je eens voor dat alle straten en pleinen, de braakliggende terreinen, het saaie ‘kijkgroen’, de kale boomspiegels en alle stenige trottoirs onder handen worden genomen. In iedere straat komt een heuse geveltuin: stoepen maken plaats voor bieten, sla en stokbonen en waar je ook kijkt staan kleurige bloemen. Die ambitie is geen fantasie, dat Den Haag lef heeft is immers al lang bewezen: de negen palmbomen op de Leyweg zijn het groeiende bewijs. En daar is niet nog eens een Robin Hood aan te pas gekomen!

guerilla-gardening-2

, , ,

3 Responses to Guerilla Gardening

  1. Roel Wijnants januari 10, 2012 at 8:58 pm #

    Het wapen van Den Haag is niet voor niets Groen geel :-))) Mooiste groene voorbeeld was de wietplanten bij het bejaarden tehuis, oudjes wisten van niks.

  2. karin r. januari 10, 2012 at 10:04 pm #

    LOL!

  3. Niek januari 11, 2012 at 1:26 am #

    Het is toch gaaf dat de burgers van gemeentewege wordt verzocht zelf hun straatje van (on)kruid schoon te houden en dan komt er zo’n guerrilla gardener op zijn fiets voorbij om de naden weer van vers zaad te voorzien. Ik dacht al wat groeit de rucola weer tierig voor mijn deur en tegen de gevel.

Hofstijl, het laatste woord uit Den Haag