DE BALANS; Een file

De balans is een column waarin Harry Zevenbergen iedere week gebeurtenissen uit de Haagse actualiteit belicht. De column is iedere woensdag om 10.40 uur te beluisteren bij Studio Haagse Bluf (www.denhaagfm.com).

In een groot warenhuis liep ik deze week achter een man op krukken, die hij zo breed neer plantte dat er links noch rechts in te halen viel. Ik probeerde het maar hij week geen centimeter. Hij vertraagde wel zijn pas alsof hij het er om deed en dat denk ik eigenlijk ook, dat hij het er om deed. Ik zag hem glimlachen toen ik het voor een laatste keer vergeefs probeerde. Vanuit zijn ooghoeken zag hij me komen en deed een stapje naar links om mijn inhaalpoging te verijdelen.

Het was niet dat ik zo´n haast had om bij de onderbroeken of het brood te komen, maar wel dat ik niet van langzaam lopen hou. Ik heb lange benen en kan er dus niets aan doen, dat ik met één stap meer meters afleg dan de gemiddelde medemens.
Maar het lag niet alleen aan de man, ook aan de regulering van het klantenverkeer in zo´n warenhuis. Het lijkt wel of de paden steeds smaller worden en er steeds meer mensen gebruik van maken. Dat heeft ook te maken met het feit dat door de bouw van de nieuwe passage de kleine straatjes tussen Grote Marktstraat en Spuistraat afgesloten zijn. Dit warenhuis is een vluchtroute geworden voor mensen die hier niets te zoeken hebben, maar geen zin hebben om helemaal om te lopen. Ik weet het want de enige reden dat ik hier binnen ben is dat ik aan de andere kant er weer uit wil.

Ik besluit om in mijn lot te berusten en loop schuifelend achter de man met krukken aan. Deze plant nu zijn krukken stevig neer en komt steunend tot stilstand en dat op zo´n manier dat hij het hele gangpad blokkeert. Hij kijkt naar beneden en bukt zich. Trekt een veter los en gaat deze opnieuw strikken, vervolgens herhaalt hij deze handeling bij zijn andere schoen en komt weer overeind. Hij kijkt om zich heen en neemt de situatie op. Achter mij is een file ontstaan van morrende mensen. Ik krijg kleine zetjes in mijn rug. Wanneer ik omkijk ontwaar ik boze, ongeduldige blikken, die zich op mij richten. Ik kijk verontschuldigend en wijs naar achteren, naar het probleem van al dit oponthoud. Het gemor zwelt aan. Als ik me weer omdraai zie ik nog net de man, zwaaiend met de krukken, rennend door de deur de Spuistraat inslaan. Ik word ruw aan de kant geduwd en krijg nog een aantal pittige verwensingen naar mijn hoofd.

, , ,

Comments are closed.

Hofstijl, het laatste woord uit Den Haag