De bijen

Ik had u vandaag zo graag bericht over het fijne weer, over de volle terrassen van het Buitenhof, Vienna Konditorei of Bagels & Beans. Ik had u zo graag bericht vanaf een zonnig terras. Maar volgens de weerman wordt de temperatuur de komende dagen niet hoger dan acht graden en zal de zon zich niet laten zien. Volstrekt normaal voor de tijd van het jaar, maar niet goed genoeg voor een middagje op een bankje. En ook niet goed genoeg voor een reinigingsvlucht. Zodra het twaalf graden wordt en de zon daarbij van de partij is, gaat het namelijk gebeuren. Op de dag dat je met je jas aan en een kop warme thee in je handen buiten zit. Het zonlicht dringt oranjerood door je gesloten oogleden heen. Je voelt de warmte op je wangen. Aan de lijn wappert de was. Op die dag, die eerste echte lentedag poepen de bijen de hele boel onder.

Ja, die beestjes zitten de hele winter al met een paar duizend collega’s in een kast en ontlasten zich daar niet. Ze houden de boel hygiënisch op, tot wel drie maanden lang. Op de allereerste lentedag kijken ze door het vlieggat naar buiten, checken de temperatuur en de wind en trekken er, bij gunstige beoordeling, met zijn allen tegelijk op uit. En dan ledigen ze massaal hun piepkleine darmpjes. Wij stadse bewoners zien dan talloze geelbruine drekvlekjes op onze witte auto’s, op het blanke houtwerk van de kozijnen en op de wapperende lakens aan de lijn. Ach, kijk eens, Saharazand, zeggen we tegen elkaar. Maar nee, het is bijenpoep!

Imkers wachten op deze dag, sterker nog: ze zitten erbij en kijken ernaar. Het gaat namelijk wereldwijd erg slecht met de bijen. Ze verlaten massaal hun korven en verdwijnen. Vanwege de monocultuur, de gentech-gewassen, de insecticiden of toch vanwege de zogenaamd biologische onkruidbestrijdingsmiddelen? En waar gaan die bijen dan naartoe? Einstein zei ooit: ‘Als de laatste bij verdwijnt, heeft de mensheid nog vier jaar te leven’. Stadse bewoners worden daarom opgeroepen tot ‘urban beekeeping’. Op briefjes in de buurtsuper staat geschreven: ‘Heeft u een ruime tuin, waar een imker regelmatig welkom is’, zie ommezijde, ‘dan zou het fijn zijn als daar een of meer bijenkasten konden staan’.

Dus als u nog plek heeft…

, , ,

Comments are closed.

Hofstijl, het laatste woord uit Den Haag