Boekreview: No future nu – Leonor Jonker

no future no

Met ´No future nu, punk in Nederland 1977-2012´ schreef de Haagse schrijfster Leonor Jonker een geschiedenis van Punk in Nederland van de opkomst tot punk op de huidige dag. Muziek speelt in deze geschiedenis een belangrijke rol, maar niet dé hoofdrol. Muziek is volgens de schrijfster de aanjager geweest van een brede culturele beweging. Breed niet in de zin van dat het een stroming was die grote populariteit kende, maar breed in de zin dat het een levensstijl was die zich in allerlei facetten van het leven uitte en die drie decennia later nog steeds doorwerkt. Centraal in het verhaal staat de ´Do it yourself´-filosofie en de anti-establishment houding. Deze komen terug in de mode, die al heel snel stijlelementen uit punk omarmde en commercialiseerde. De kraakbeweging met hun eigen podia, galeries, eetcafé´s, concertzalen. Verder de hackers, de streetart, de kunst en de poëzie.Niet alles komt even uitgebreid aan bod natuurlijk.

De brede benadering maakt het boek interessant en weerlegt, door het brede kader waarin het geplaatst wordt, de geringe betekenis die punk in Nederland vaak toegedicht werd. Het zorgt er ook voor dat het boek meer is dan een feest van de herkenning. In het boek worden interessante verhalen aangekaart zoals de democratisering van de kunst met het creëren van eigen expositieruimtes in kraakpanden en in de verhalen over graffiti toen en streetart nu komt ook de meest openbare galerie die je je maar kan wensen aan bod nml. de straat. Waar de vroege politieke graffiti jarenlang werd verdrongen door de tagcultuur van hiphop, is deze in verbeterde vorm met de streetart met Banksy als één van de bekendste exponenten helemaal terug. Artiesten als Banksy maken net als de oude punks gebruik van stenciltechnieken en voorzien de straat van beelden en teksten die aansluiten bij/reageren op de omgeving en een (politiek) commentaar daarop geven.

De invloed van punk op de mode mag algemeen bekend heten, met elementen als gescheurde kleren, felle kleuren, niet functionele ritsen die om de zoveel jaar opduiken in zowel de high fashion als de commerciële mode. De schrijfster gaat ook uitgebreid in op de invloed van punk op de hackers, die zich het openbaar maken en toegankelijk maken van informatie ten doel stellen. Een van Nederlands eerste providers heete niet voor niets XS4ALL. Ook het deel over mediapiraten, die illegaal kanalen op tv en radio kaapten voor hun eigen vaak baanbrekende programma´s. Programma´s waarvan de invloed heel sporadisch ook doordrong in de officiële programmering. Zoals het legendarische programma Neon van de VPRO begin jaren 80.

Wanneer de geschiedenis met zo´n aanpak compleet had moeten zijn, dan had de schrijfster nog minimaal 500 bladzijden nodig gehad. Het nadeel daarvan is dat veel onderwerpen heel summier worden behandeld. Een aantal onderwerpen worden uitgelicht zoals de streetart, de Rotterdamse scene rond the Rondos en het hoofdstuk over Eddy de Clercq. De dj die in zijn clubs als de Koer en de Roxy stijlen samenbracht die voorheen niet samengingen. Een interessant verhaal over iemand die lak had aan de grenzen en ´onverenigbare´ muziekculturen, maar naar mijn smaak is dit verhaal veel te breed uitgesponnen.

Zoals gezegd Leonor Jonker had niet de intentie een volledige geschiedenis te schrijven, maar ik wil toch even een paar onderwerpen noemen die ik gemist heb in het verhaal. Wat de muziek betreft vind ik het jammer dat er te weinig wordt verteld over de echte pioniers van de punkmuziek in Nederland. Punk nog voor het concert van the Sex Pistols in Paradiso in 1977. Het punt dat door Leonor Jonker als het begin van punk in Nederland wordt gekozen. Aan Ivy Green één van de oudste Nederlandse punkbands, opgericht in 1975, wordt nauwelijks aandacht besteed. Dat is jammer omdat juist het verhaal van een band die in Nederland zijn tijd vooruit was en dat nog voor een band uit Hazerswoudedorp. Het platteland wordt sowieso genegeerd in het verhaal, waarin met name Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en ook Eindhoven hoofdrollen spelen. Het noorden van Nederland met populaire bands als de Boegies de belangrijkste exponent van de pretpunk en Kobus gaat naar Appelscha wordt compleet overgeslagen. De invloedrijke Wormerscene met bands als Svätsox, Indirect wordt met een paar minimale vermeldingen afgedaan. Terwijl die scene rond the Ex, van groot belang was en dé exponent was van de DIY-filosofie en het samengaan van punk en politiek. The Ex is de belangrijkste punkband die Nederland heeft gekend. Een band die zonder concessies te doen aan hun radicale politieke ideeën en wars van iedere vorm van commercie ver buiten de landsgrenzen bekendheid verwierf en nog steeds actief is. Als één band bewijst dat punk niet dood is en muzikaal kan evolueren is het the Ex wel.

Ook is er helemaal geen aandacht voor punkbands die zich van hun eigen taal bedienen. Bands als de Boegies, It Dokkumer Lokaeltje, Indirect, Kikkerspuug, Tröckener Kecks, Frites Modern om er maar een paar te noemen.
Tot slot valt me op dat waar het de kraakbeweging betreft vooral het verhaal wordt verteld van de Amsterdamse kraakscene. In Amsterdam liep het met de kraakbeweging op een gegeven moment behoorlijk uit de hand. Door splitsingen en doordat een groep gewelddadige hardliners mensen met een andere mening binnen de kraakbeweging intimideerde. Dit zorgde voor een onprettige sfeer en een slecht imago voor de kraakbeweging. Maar dit speelde in andere steden veel minder.
Met deze punten doe ik niets af aan dit mooie boek. Het geeft alleen maar aan dat er ruimte is voor nog meer boeken over Punk in Nederland.

Voor meer informatie, zie No future nu – Leonor Jonker – Lebowski publishers, 2012

, , , , , ,

Comments are closed.

Hofstijl, het laatste woord uit Den Haag