Festivalreview: de onrust van de festivalganger (dag 2, Walk the Line)

walktheline-harry-2

Walk the Line Festival 2012 – Dag 2, 12 mei 2012

De tweede dag begon met wat achteraf voor mij het optreden van het weekend bleek te zijn; Anna Aaron. Terwijl ik op een festival als dit vaak vecht met de neiging om snel weer verder te kijken bij een ander podium, viel vanaf de eerste tonen deze onrust weg. Hier wilde ik blijven. De liedjes van Anna Aaron zijn vaak bedrieglijk mooie folk(rock)songs en vormen een contrast met de wat donkere teksten vol symboliek, die zwaar beïnvloed zijn door mythologie. Zelf zegt ze daarover dat ze in haar liedjes de behoefte heeft te laten horen hoe wanhopig de menselijke ziel is. Het contrast, maar ook de afwisseling met steviger nummers en de stem van Anna zorgden ervoor dat het optreden geen moment verveelde en dat ik het jammer vond toen het afgelopen was en de festivalplicht weer riep.

Mijn eerste stop maak ik in de kleine zaal van het Paard waar de zanger van Tungg met zijn nieuwe project de Diagrams staat. Ik ken Tungg, het is een band die opkwam met de folktronica stroming begin deze eeuw. Een experimentele stroming in de folk die werd gekenmerkt door het gebruik van vreemde electronische geluiden en instrumenten. Tungg is een band die er uitsprong in deze stroming doordat ze niet doorsloegen in het experiment en sterke liedjes maakten. Diagrams gaat verder op dezelfde weg.

Terug naar het Nutshuis, waar de mensenstroom bij de uitgang verried dat Vadoinmessico net klaar was met spelen. In de Supermarkt luisterde ik een paar nummers lang naar Great Mountain Fire, een indieband die er niet echt uitspringt. Van Paul De Meyer in het Paardcafé, een Belgische singersongwriter, pik ik de laatste liedjes mee. Ik had er nog wel een paar van hem willen horen. Via een stukje lofi van White Arrows in de Zwarte Ruiter, een half nummer van Liz Green, een jazzy singersongwriter in het Nutshuis stortte ik me in het Hiphopgeweld van het Amerikaanse Doomtree, in een halfvolle grote zaal van het Paard. Vier rappers en twee dj´s. De rappers sprongen vanaf de eerste beat vrolijk over het podium, met sterke boze raps. Ik voelde ondertussen de laatste wedstrijd van het seizoen, een 3-2 overwinning tegen kampioen Voorschoten, in de benen zakken. Ik besluit achter in de zaal op een blok verder te genieten. Van Doomtree en van onze tweede/derde plaats in de eindstand. Qua scheldwoorden haalden de rappers het niet bij wat er ’s middags te horen was op het veld.

Vol verwachting liep ik naar het Humanity House waar de dochter van Richard en Linda Thompson op ging treden met Dead Flamingos. Folk is vaak een familiezaak. Zo heb je bijvoorbeeld de Waterson: Carthy clan, de Wainwright: MacCarriggle familie en blijkt naast zoon Teddy Thompson ook dochter Kami net naast de boom te zijn gevallen. Met haar partner James Walbourne zette ze een ijzersterke set neer. Om de beurt namen ze de leadzang en tweede stem voor hun rekening. Op mijn lijstje stond ook nog Crybaby. Deze zanger heeft mijn grote held Morrissey als inspiratiebron. Het lukte me echter niet om me los te rukken van de Dead Flamingos. Na het laatste applaus spoedde ik me naar het Nutshuis, om voor de tweede keer deze avond geconfronteerd te worden met een mensenstroom.

In de Zwarte Ruiter was ik ruim op tijd voor mijn laatste stop, die Fever Fever heette. De soundcheck van de band die als girlpowerpunk in het programma staat, beloofde veel goeds. Het feit dat de drummer een man is deed daar niets aan af. Fever Fever gooide vanaf de eerste akkoorden de beuk erin. Met een flinke portie nadreunende punk in mijn hoofd liet ik de Grote Markt achter me.

, , , ,

Comments are closed.

Hofstijl, het laatste woord uit Den Haag