De Keverclub

In mijn hoofd liepen vandaag Franz Kafka, Arnold Grünberg en Opheffer elkaar tegen het lijf  en besloten  samen wat te gaan drinken in het dichtsbijzijnde café.

Het kwam zo: in de Groene Amsterdammer van 17 mei meet Opheffer moraal, in de media en in zijn vriendenkring. Afhankelijk van de sensatiegraad van de laatste ontwikkelingen gaat het over economie, en anders, min of meer bij gebrek aan beter, over ethiek.

In het geval van de financiële crisis voeren, althans in Opheffer’s (intellectuele) kringen, ethische vragen (‘who done it’) de boventoon maar legt de ethiek het toch af tegen de economie. En gelukkig ook maar want economie, daar kún je wat mee. In het geval van ethiek ligt dat anders. Opheffer stelt dat praten over ethiek leuk is, maar zinloos omdat er niemand van mening veranderd.

Van mening veranderen. In deze drie onschuldige woorden zie ik opeens een utopische zonsopkomst. Van mening veranderen. Wat het veronderstelt.

Openheid. (Zelf-)kritiek. Dat kennis nemen van feiten (“hoe een en ander in elkaar steekt”) zou kunnen bijdragen aan een beter inzicht, wat weer zou leiden tot reflectie die zou kunnen aansporen tot het veranderen van meningen en … Het duizelt me. Gaat de geschiedenis dan tóch ergens heen?

Dit optimistische uitgangspunt deed Opheffer denken er goed aan te doen om mee te werken aan debatten over onze samenleving. Maar ergens, helemaal duidelijk wordt het niet, schemert teleurstelling door. De morele maat blijkt niet te bestaan. “Opvattingen laten zich niet meten”.

Stel: ik beheer de kas van de plaatselijke padvindersvereniging. Er zit 23 euro in het hamerslaggrijze kistje. Deze week zijn er geen activiteiten en het kistje staat bij mij thuis. Ik besluit om het geld even te lenen om aandelen te kopen in een bedrijf dat op ontploffen staat waarbij ik vrijwel zeker weet dat ik van die 23 euro er 76 kan maken voor deze week voorbij is. Ik stop daarna de 23 euro weer gewoon terug, niets aan de hand. Toch? Geen haan die ernaar kraait. En uiteindelijk worden we er allemaal beter van want ik ga mijn winst (53 euro) uitgeven en stimuleer zo weer de economie. Dat zegt niet iedereen me na. Deze opvatting over het beheer van de padvinderskas laat zich trouwens toch niet meten. Dus.

“In mijn intellectuele vriendenkring kan niemand mij uitleggen hoe het precies zit met swaps en derivatenhandel terwijl alle kranten hieraan aandacht hebben besteed” zegt Opheffer. Ik raak even in de war. Gaat het nu over ethiek of over economie?

Even voor de duidelijkheid, want “ethiek, esthetiek en wetenschap staan los van elkaar” zo lees ik ook in de column. En: “gelijk gebaseerd op ethiek is nooit aantoonbaar waar of niet waar”. Ik zie een botsing tussen subject en object aankomen en zet me alvast schrap. Ook houd ik mijn telefoon/fotocamera in de aanslag want esthetisch, zo leert de geschiedenis, zou dit wel eens iets kunnen gaan opleveren.

Op dat moment komt Grünberg om de hoek. Druk gesticulerend probeert hij iets uit te leggen. Ik weet niet precies wat, iets over een hamerslaggrijs kistje, hij meent te weten hoe een en ander in elkaar steekt en is zichtbaar onder de indruk van zijn eigen verhaal, het sleept hem mee. Zijn bril zit scheef. Wat een figuur. Wat is er met die gast dat hij een ander zo nodig wil overtuigen van zijn … ja, van wat eigenlijk? Doe normaal  man! Niemand gaat immers zijn mening veranderen, naïeveling. Het gaat er juist om dat je je aansluit. Goed kijken, luisteren en aansluiten!

Later die dag zal de columnist een stukje voor een elitair dagblad schrijven. Over de discrepantie die hij ervaart tussen zijn eigen intenties en de indruk die hij blijkbaar, zo ontdekt hij, op anderen maakt. Het stemt hem weemoedig. Heeft hij een gevoel van fundamentele isolatie?

Puur toevallig is het hier dat Franz Kafka de hoek om komt. Die was net zijn wandeling aan het maken. Over dat gevoel van vervreemding kan híj wel meepraten, hij werkt net aan een verhaal waarin de hoofdpersoon een kever is. Ze doen nog een rondje. Lekker. Ze hebben elkaar gevonden. Het wordt razend interessant in mijn hoofd, die zondagmiddag. Tot in de late uurtjes geniet ik nog na. Dat ga ik vaker doen.

 

 

 

, , , , , ,

Comments are closed.

Hofstijl, het laatste woord uit Den Haag