Goed bezig

Net nu we gewend zijn aan stadse goede zaken als de ‘dakboerin’ en de ‘verticale moestuin’ worden we met alweer een volgende rage overspoeld: de eetbare bostuin. Denk echter niet dat dit verhaal gaat over het knabbelen op boomschors of het koken van eikeltjessoep.

Wanneer je in ons klimaat een stuk grond maar lang genoeg met rust laat, wordt het vanzelf bos, zegt de initiatiefnemer van deze trend. Nu ken ik Haagse stukken grond die, wanneer je ze met rust zou laten, al snel zandvlakte, moeras of veen worden, maar voor het gemak geven we de bedenker van het plan het voordeel van de twijfel. Dus we laten een stuk grond met rust. Al snel verschijnen dan distels, brandnetels, wilgeroosjes en kamille. Daartussen vinden zaailingen van krenteboompjes en populieren houvast en op een gegeven moment waait ook de berk aan. Uiteindelijk zal er een beuk gaan wortelen et voila: daar heb je je bos.

Ben je graag hip of wil je gewoon een onderhoudsarme en eetbare achtertuin, zet dan om te beginnen een paar bomen neer. Kies soorten als de krent, kweepeer, sleedoorn, pruim, lijsterbes, meidoorn, vlier, walnoot, beuk, kastanje en gele kornoelje. Daar tussen komen kruidachtige en vruchtdragende heesters als hazelaar, witte, rode, roze en zwarte bes, kruisbes, blauwe honingbes, zwarte framboos, blauwe bosbes, duindoorn en de hondsroos. De vaste planten komen daar weer vóór te staan. Kies hier mierikswortel, citroenmelisse, artisjok, boomui, brave hendrik, brandnetel, paardenbloem, zuring, smeerwortel, weegbree, madeliefje en postelein; het jonge blad van al deze genoemde planten wordt gebruikt als groente. In een eetbare bostuin horen ook bloemen en kruiden; heel geschikt zijn de roomse kamille, pinksterbloem, daslook, maarts viooltje, roos, rode klaver en kamperfoelie, en daar zaai je dan royaal komkommerkruid, korenbloem, dille, klaproos, kleefkruid, mosterdzaad en karwij doorheen.

Dan zijn er nog diverse soorten wortels, die -mits gekookt- eetbaar zijn: cichorei, grote klis, distel, mierikswortel, nagelkruid, pastinaak, wilde peen, wilgenroosje, zilverschoon en lisdodde, en rauwe of kort gekookte stengels als hop, engelwortel, herik, riet en wilgenroosje. Maak de eetbare bostuin af met hier en daar een toefje bosaardbei, en de kérs op de taart is een collectie gezaagde boomstammetjes waar je ‘broed’ van de oesterzwam, shiitake en goudkopje op kweekt. Je ontketent heus een nieuwe caprice. En bent ook nog eens ‘goed bezig’.

 

, , , , ,

Comments are closed.

Hofstijl, het laatste woord uit Den Haag