Vakantieblues: de Sparta GD 50 Sport

Born to be wild

Hoe kun je een vakantie beter beginnen dan op een splinternieuwe Sparta GD 50 Sport; zittend op de buddyseat tussen ome Harrie en tante Nolda. Een sensatie die in mijn geheugen zit gemetseld, al was het maar omdat ik nog nooit op een brommer had gezeten. En ach, wat was hij mooi. In al zijn massiviteit leek het een rijdend fort, gepantserd met stalen spatborden en chromen sierstrips. De robuuste, gewelfde tank in twee kleuren; beige en blauw. Het eivormige reparatiedoosje in de flank. Een detail en eigenlijk overbodig, want deze machine straalde een brok vertrouwen uit. Niet te stoppen; door niets of niemand.
Het was hartje zomer, maar dat weerhield oom en tante er niet van zich in een lange leren jas te hijsen. Ik droeg een korte broek en had mijn gele jack aan, waardoor we gedrieën op een reusachtige bruine boterham met kaas leken. En eindelijk was het dan zover. Ome Harrie startte zijn Sparta. Het sonore geluid ging als een siddering door mijn buik.
‘Als je hem maar niet verwent,’ zei mijn moeder.
‘Waar heeft die jongen anders vakantie voor,’ hield tante haar zus voor en daarmee leek niets een aangenaam verblijf nog in de weg te staan.
Oom zette de gashendel open en de Sparta gleed majestueus de Osseweg op. Mijn moeder zwaaide. Ik zwaaide niet terug. Te stoer? Of bang om de riem van ome Harrie los te laten? Misschien wel beide.
Het was of we vlogen. De wind speelde met mijn haren en mijn neus vulde zich met de geur van leer en het vleugje Boldoot van tante. De huizen gleden langzaam voorbij. Ik zag een moeder ramen lappen, de verbaasde blik in de ogen van mijn klasgenoot Kees toen ik passeerde, een boer die zijn paard en wagen over een karrenspoor dirigeerde. Ik wist niet meer of ik mijn ogen open moest houden om niets van dit alles te missen of juist moest sluiten om intens te genieten van de wind, de geuren en het geruststellende geluid van de Sparta.
Na drie kwartier kwamen we aan op mijn vakantieadres; het huis van oom en tante. Een huis zoals ieder ander huis, dacht ik. Tot ik nodig naar het toilet moest.
‘Dat staat achter in de tuin jongen,’ had tante me toevertrouwd of het de gewoonste zaak van de wereld was. Oom zag mijn vertwijfeling en kwam achter zijn krant vandaan om me wegwijs te maken. En inderdaad achter in de tuin stond een houten keet met aan de voorkant een deur waaruit een hartje was gezaagd. Ome Harrie deed de deur open. Een zwerm vliegen steeg mopperend op. Ik keek naar een houten bank met in het midden een rond deksel. Zonder iets te zeggen tilde oom het deksel op, knikte naar het gat en plaatste het deksel weer terug.
‘Hier heb je papier,’ zei hij en wees naar een bundel in repen gescheurde kranten die over een spijker hing.
De protestactie van mijn darmen heeft drie dagen geduurd. Daarna was verder uitstel onverantwoord, zo niet onmogelijk en heb ik ten langen leste de gang naar de poepdoos gemaakt. Ik sluit niet uit dat mijn gewoonte om na het lezen van de krant mijn handen te wassen, daar haar oorsprong heeft.
Toch genoot ik van mijn eerste vakantie. Ik mocht met ome Harrie mee naar zijn maaiboot. Samen in alle vroegte op de Sparta naar de polder, de tas met boterhammen en een fles thee tussen ons in geklemd. Op de boot liet hij me zien hoe je de motor startte. Hoe je moest laveren om het V-vormige mes op juiste wijze zijn werk te laten doen. De oorverdovende stilte als hij de motor tot zwijgen bracht en we een boterham aten en thee dronken, terwijl de losgesneden begroeiing langzaam richting sluis dreef waar de Sparta geduldig stond te wachten. De stekelbaarsjes die ik uit de waterplanten viste en in de theefles mee naar huis nam. Voor tante Nolda. Die haalde meteen haar aquarium te voorschijn; een plastic bakje met omlijsting dat in de verte op een onvoltooid schilderijtje leek. Maar eenmaal gevuld met enkele takjes wier en zilveren visjes tegen een blauwe achtergrond, een lust om naar te kijken.

‘s Avonds schaarden we ons rond het radiomeubel; een glimmende, mahoniehouten kast met daarin behalve een radio ook een platenspeler, compleet met wisselaar. Uit hun platenverzameling bleek een voorliefde voor Nederlandstalige artiesten. Rocco Granata bijvoorbeeld met Marina, de Sweet Sixteen met Peter. ‘En deze draai ik voor je tante,’ grinnikte ome Harrie en liet me de single van Gert Timmerman zien; Ik heb eerbied voor jouw grijze haren.
Na een week aanvaardde ik met gemengde gevoelens het einde van de vakantie. Maar de thuisreis op de magistrale Sparta vergoedde alles.

Later ben ik nog vaak in gedachten door de platenverzameling van ome Harrie en tante Nolda gegaan. En hoe onwaarschijnlijk het ook mag klinken, ik weet bijna zeker dat ik Born To Be Wild van Steppenwolf op hun draaitafel heb zien liggen; ome Harrie en ik, samen op de Sparta GD 50 Sport door de Brabantse polder.

Uit: Vakantieblues – Riny Boeijen – uitgeverij U2pi BV – isbn 978-90-8759-195-3

, , , , ,

Comments are closed.

Hofstijl, het laatste woord uit Den Haag