Vakantieblues: From Me To You

From-Me-To-You

Over mijn muzikale kwaliteiten heb ik al eens eerder mijn pen in het gif der zelfkastijding gedoopt. Maar wat wil je, als je jong, onervaren en gedreven door hormonale driften indruk wilt maken op de andere sekse? Dan denk je niet na, maar haal je alles uit de kast en volg je dat dierlijke instinct. Hoe jong je ook bent.
Mijn podium stond in een speeltuin in Velp, maar dat wist ik toen nog niet. Het was zomervakantie en mijn moeder had me meegenomen voor een dagje uit. Ik had allesbehalve enthousiast op haar voorstel gereageerd.
‘De speeltuin? Geen zin.’
‘Dan maak je maar zin,’ was haar antwoord en zo stond ik op een zonnige woensdagmiddag enigszins verloren tussen de speeltoestellen. Ik had hoogtevrees en van alles dat ronddraaide of omhoog en omlaag ging, werd ik misselijk. Dus bleef er weinig over dan een glijbaan. De lage wel te verstaan. Ik deed een paar afdalingen om mijn moeder te plezieren. Maar toen zij zich over haar Katholieke Illustratie had gebogen, nam ik de wijk naar een bankje en zat wat wezenloos voor me uit te staren.
Plotseling stond ze daar. Een meisje. Net zo oud als ik, misschien een jaar jonger. Ze droeg vlechten en had sproetjes om haar neus. Ze lachte naar me en ik lachte terug. Juist op het moment dat ik me afvroeg waar die muziek vandaan kwam, zag ik de transistorradio in haar hand. Ik hoorde The Beatles met hun nieuwe hit; From me to you, een van de weinige Fab Four-singles die ook in de jukebox van mijn vader zat. Ik kon de tekst wel dromen, maar daar imponeer je geen meisjes mee. Dus begon ik mee te zingen. Woord voor woord, regel voor regel. De ogen van het meisje werden groter. En dat ontging deze jongen niet. Ik zette nog een tandje bij:

…If derris enniesing det joe want,
If derris enniesing ai ken doe,
Djust kollon mie……..

 

Hoe wreed echter werd mijn baltsgedrag verstoord. Ik zag haar ogen naar mijn benen gaan en ze sloeg een hand voor haar mond. Verschrikt staakte ik mijn gekweel en keek naar beneden. Ontzetting. Daar lag hij. Tegen mijn dijbeen gevleid, zich koesterend in de late middagzon. In al zijn naaktheid leek het net een dood vogeljong dat over de nestrand heen ter aarde was gestort. Pieleman. Ik had me ongewild bloot gegeven en nog wel aan een meisje. Een vreemd meisje.

U zult zich ongetwijfeld afvragen hoe deze tragedie zich had kunnen voltrekken. Dat had alles van doen met de kwaliteit van het jongensondergoed in die dagen. Niet gefabriceerd van een ademende stretch, noch voorzien van nauwsluitende pijpjes of enige kruisondersteuning. In die tijd was de jongensonderbroek slechts in één maat verkrijgbaar; groot. Om te voorkomen dat het textiel uit zichzelf naar beneden zou zakken, was in de binnenkant van de band een uitsparing van ongeveer een centimeter gelaten. Daarin was het elastiek zichtbaar dat kon worden ingekort door er een knoop in te leggen. Verder was de onderbroek aan de voorkant voorzien van een gleuf waardoor de pieleman naar buiten gehesen kon worden om zijn plas te doen. In de praktijk werd deze gleuf echter nauwelijks gebruikt. De alternatieve route via een van de, veel te ruim bemeten dan wel lubberende, pijpen genoot vanwege het bedieningsgemak veruit de voorkeur. En pieleman had ongevraagd de alternatieve route gekozen.

Ik kan me van het verdere verloop van mijn optreden die middag niet alles meer herinneren. Of het moet de pijnlijke klap zijn waarmee ik mijn knokige jongens-knieën in wanhoop tegen elkaar knalde. Het meisje liep krijsend weg. Ongetwijfeld om haar ouders van mijn puissante optreden in kennis te stellen, want niet lang daarna kwam ze aan de hand van haar vader verhaal halen. Met een simpele vingerwijzing werd ik veroordeeld. Schuldig en niet zo’n beetje ook. De man liet het vlechtenmeisje los en kwam dreigend op me af. Ik ontwaakte uit mijn dagmerrie en koos via de draaischijf het hazenpad. Papa liet zich niet zo snel ringeloren en kwam met gezwinde pas en gebalde vuist achter me aan. Tussen twee wippen en onder de glijbaan door vervolgde ik mijn vlucht. Maar hij kwam steeds dichterbij en ik voelde zijn groeiende razernij. Als door een wonder stond ik ineens voor het tafeltje waar moeder aandachtig zat te lezen.
‘Wat heb jij gedaan?’ vroeg ze met een mengeling van ongerustheid en argwaan.
Tijd om antwoord te geven kreeg ik niet. Vlechtenpapa kwam meteen met pieleman op de proppen, zonder ook maar met één woord te reppen over de aubade die ik zijn dochter in aanbidding had gebracht. In het Engels, nota bene. Het moet althans zo geklonken hebben, want – eerlijk gezegd – werd ik niet gehinderd door enige kennis van de taal der Angelsaksen. Mijn moeder gaf me geen enkele kans ook maar aan een pleidooi te denken. Ze griste haar Katholieke Illustratie van het tafeltje en begon hysterisch op me in te hakken. Maar de slagen troffen slechts mijn getergde ziel en diepe schaamte werd mijn deel.

Sinds die middag heb ik nooit meer wijdbeens op een stoel of bank gezeten, maar altijd met de benen over elkaar geklemd. En From me to you kan ik niet meer horen zonder spontaan te blozen en een verschrikte blik naar beneden te richten. Zelfs nu pieleman veilig is opgeborgen in een nauwsluitende boxershort en mijn korte broek allang heeft plaatsgemaakt voor een pantalon.

Uit: Vakantieblues – Riny Boeijen – uitgeverij U2pi BV – isbn 978-90-8759-195-3

, , , , , ,

Comments are closed.

Hofstijl, het laatste woord uit Den Haag