Vakantieblues: De Drie Musketiers

Sound of Silence

‘Jezus Frans, wat ben je zwaar.’
De glimmende, zwart gelakte kist deinde op onze schouders. Johan en ik voorop, twee zwagers van dikke Frans achter ons. Het was zijn laatste wens. Misschien wel de enige die hij ooit had gehad; op handen worden gedragen door vrienden en familie.
‘En laat Johan de maat aangeven. Die is muzikant. Anders ga ik nog zeeziek mijn graf in.’
In regelmatige tred liepen we richting dodenakker. Johan telde: ‘Een, twee, een, twee.’
Mijn gedachten gingen terug naar onze eerste vakantie; met de bus naar Lloret de Mar. Zeventien waren we. Dikke Frans, Johan en ik.
Frans was de zoon van de dorpsslager. Hij had zijn bijnaam niet voor niks. Zijn buik hing over zijn broekriem en als hij liep, schuurden zijn bovenbenen tegen elkaar. En Frans was niet alleen dik, hij kreeg ook bijna altijd zijn zin.
Johan was heel anders. Meer een romanticus. Hij las boeken en schreef gedichten. Johan speelde ook gitaar. Nou ja, hij kon enkele akkoorden. Maar Johan zong en speelde met zoveel overtuiging dat zelfs dikke Frans zijn kaken op elkaar hield.
‘Kom we gaan achterin zitten,‘ zei Frans en wrong zijn dikke lijf en dito rugzak door het gangpad.
‘Hé Riny, laat eens kijken wat je bij hebt?’
Mijn moeder had een zak beschuitbollen gesmeerd. Haar appels had ik na een rondje door vaders kroeg heimelijk vervangen door drie zakken chips, zes Kwatta’s en zes flessen Amstel bier met wipkroon.
Dikke Frans keek verlekkerd. Hij had een Gelderse worst, een streng metworstjes, een bakje zure zult, een fles Exota en twaalf hardgekookte eieren in zijn ransel.
‘En jij?’
Johan reageerde niet, maar keek dromerig naar buiten en streelde liefdevol de glanzende, zwarte kast van zijn nieuwe gitaar.

De reis verliep voorspoedig. Op één incident na. Dikke Frans had na zes eieren, het bakje zure zult, twee Kwatta’s en een fles bier een boer gelaten die zelfs tot buiten de bus te horen was. De afkeurende blikken van de medereizigers had hij schouderophalend beantwoord. Tot de chauffeur de heren dringend doch vriendelijk verzocht het rustig aan te doen. Frans verslikte zich bijna in een hap Gelderse worst. Maar nog voor hij iets kon zeggen, had Johan zijn gitaar gepakt en Sound of Silence ingezet. En na een paar regels had hij de bus al aan zijn voeten.
Tijdens de laatste tussenstop in de buurt van Lyon inspecteerde Frans onze rugzakken en constateerde met een weemoedige zucht dat hij tot Spanje niets meer te eten had. De volgende ochtend werden we wakker in Lloret de Mar.
De eerste paar dagen was het voor Johan en mij even wennen. Vooral het eten. Paella, mosselen, olijven, vissoep. Allemaal dingen die we niet kenden en maar met moeite weg kregen. Zelfs de patat was niet te vreten; slap, bleek en druipend van de olijfolie. Het was vechten wie het toilet mocht gebruiken.
Dikke Frans had nergens last van. Althans niet van het eten. Hooguit van de zon. Met zijn dikke, roze, geplooide lijf begon hij steeds meer op een enorme moot zalm te lijken.

Na een dagje strand was het nergens beter toeven dan in discotheek Roxy. Op de dansvloer sloofden Johan en ik ons uit om de harten van de meisjes te stelen. Don Juan, de hit van Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick & Tich, was ons op het lijf geschreven. Als geheim wapen had ik enkele toepasselijke woorden achter de hand, ingefluisterd door een Spaanse gastarbeider uit de kroeg van mijn vader; besame me, mujer bonita, te quiero. Maar eerlijk gezegd durfde ik dat geheime wapen pas na een paar Cuba Libres in te zetten.
Terwijl ik met Consuela slijpend een vierkante meter dansvloer bezet hield, zag ik over haar schouder dikke Frans aan de bar zitten. Alleen, zijn kop tussen zijn schouders gezakt, een Lumumba in de ene hand, de andere graaiend in een schaaltje pistachenootjes. Ik keek waar Johan uithing. Die was net bezig met zijn vingertoppen de oorschelp van Elena af te tasten. Het bordje ‘niet storen‘ knipperde zo indringend, dat ik Consuela om un momento por favor vroeg en naar de bar liep.
‘Nou Frans, lekker gezellig.’
Hij keek niet op.
‘Hoezo? Je hebt toch geen last van me?’
‘Waarom kon je niet mee dansen?’
‘Geen zin.’
Stilte.
‘Ik heb honger.’
‘Honger? Zullen we iets gaan scoren bij Broodje van Toontje?’
‘Nee. Ik wacht wel. Trouwens, je hebt toch geen tijd’ en hij knikte richting dansvloer. Daar stond Consuela. Hand in haar zij, haar hoofd een beetje schuin. De Spaanse variant op ‘Komt er nog wat van?’.
‘Ga nou maar. Ik red me wel. Alleen.’
Het liefst had ik mijn handen in die dikke speknek gezet en hem langzaam gewurgd.
Ik wenkte Consuela. Die keek even om zich heen en wees vragend met haar hand naar haar borstkas. Ik? Toen ik bevestigend knikte, stak ze haar neus omhoog, draaide zich om en liep naar het damestoilet.
‘Lust je ook een Lumumba? Lekker man. Ik trakteer.’
Frans sloeg een arm om mijn schouder en leek als bij toverslag weer gelukkig. Knarsetandend ging ik naast hem zitten.
Nog geen vijf minuten later stond Johan achter ons.
‘Hé, wat is dat nou? De verkeerde Spaanse woordjes gebruikt?’
Ik kreeg geen kans te antwoorden. Dikke Frans had de regie overgenomen.
‘Johan, ouwe rukker. Drink wat. Ik trakteer. Een voor allen, allen voor een. Wij zijn de drie musketiers.’
En over Consuela en Elena sprak hij met geen woord.

De volgende ochtend was Frans al vroeg in de weer. Terwijl Johan en ik onze dubbele kater weg sliepen, had hij verse broodjes gehaald en koffie gezet. In een mist van gebakken bacon brak hij een paar eieren in de pan. Even later kwamen twee overvolle borden ontbijt à la dikke Frans de kamer binnen.
‘Wakker worden. Etenstijd.’
Hij had nog maar twee stappen in de kamer gezet, toen zijn badslipper uitschoot. Frans wankelde als een aangeslagen bokser, struikelde en schopte de gitaar omver. In een ultieme poging zijn zoenoffer te redden, trapte hij op de hals van de gitaar, sloeg achterover en kwam met een doffe klap op mij terecht.
‘Krak’ en nog eens ‘krak’. De eerste van Johans gitaar, de tweede van mijn rechterpols. Beide gebroken. Johan gilde van woede, ik van de pijn. Dikke Frans keek beteuterd de kamer in, een reepje bacon achter zijn linkeroor, een gebakken ei in zijn schoot.

Onze vakantie was verziekt. Hoe Dikke Frans ook probeerde het ons de resterende dagen naar de zin te maken. Hij zorgde elke ochtend voor het ontbijt, sneed mijn vlees, haalde drankjes. Maar de geest was uit de fles en de Sound of Silence oorverdovend. Zelfs toen hij onze rugzakken naar de bus zeulde en het zweet zich in brede banen aftekende op zijn dikke lijf.

Toch bleven we vrienden. En de belevenissen in Lloret de Mar werden met het jaar mooier. Althans in de versie van Dikke Frans.
Vandaag zijn we voor het laatst bij elkaar. Hij had Johan gevraagd om nog een keer Sound of Silence te zingen.
‘En jij Riny, dan vertel jij het verhaal van de drie musketiers in Lloret de Mar.’

Uit: Vakantieblues – Riny Boeijen – uitgeverij U2pi BV – isbn 978-90-8759-195-3

, , , ,

2 Responses to Vakantieblues: De Drie Musketiers

  1. Jeroen Stam augustus 2, 2012 at 2:10 pm #

    Kwatta’s, zure zult, wipkroon, Exota en ransel zijn vreemde maar vaag bekend klinkende woorden.
    Riny schrijft melancholische mijmeringen van Stand by Me-achtige proporties, en ik vind ze allemaal prachtig!

    • Riny Boeijen augustus 2, 2012 at 4:34 pm #

      Dank Jeroen. Enige verlegenheid maakt zich van mij meester. Dat sommige woorden je vaag bekend in de oren klinken is niet zo gek. Ze zijn gedateerd, want uit eind jaren zestig en enkele (Kwatta, wipkroon en Exota) bestaan niet eens meer).

Hofstijl, het laatste woord uit Den Haag