Tuinieren

Nee hé, niet weer een column over de run op volkstuintjes onder de inwoners van grote steden, niet weer een schrijfsel over een groepering of zelfs een eenling die een eetbaar park wil realiseren op het dak van het gemeentehuis of de parkeerplaats?

Alsof we eromheen zouden kunnen! Op het internet, via Twitter, in blogs en nieuwsbrieven gaat het over niet veel anders meer dan moestuinieren, stadslandbouw, wildplukken, bourgondische soepborders, smultuinen en workshops ‘bessen’ herkennen. We willen de plantjes zien groeien, we willen rupsen in de sla, we willen het ‘zelf doen’. Helaas blijkt dat nu juist de stadsbewoner met de mééste behoefte aan moestuinieren, het kleinste tuintje heeft. Ligt er achter de meeste woningen niet slechts een postzegeltje?

Meer groen in de stad is het adagium, desnoods in de vorm van tijdelijke tuintjes. Guerrilla gardening kent geen grenzen: iedereen kan het, iedereen doet het en iedere straat en elk plein is in potentie geschikt. En in het uiterste geval van te weinig ruimte ga je toch gewoon vertikaal! De Parijzenaar Patrick Blanc zette jaren terug al trend met zijn ingenieuze gevelbeplantingsysteem waarmee hij maar liefst 800 vierkante meter Mur Végétal creëerde.

Richard Reynolds zorgde voor een revival van tuinier-plezier, juist nadat ‘tuinieren’ was verworden tot loungen, koken en eten in een ‘huiskamer’ zonder plafond. Guerrilla gardening gaat niet langer enkel om beautification. De onvrede over de manier van produceren en overproduceren van ons voedsel is de feitelijke katalysator van de hernieuwde groene interesse. De uitbraak van steeds meer resistente bacteriën in de voedselketen laat de roep om ‘Do It Yourself’ anti-consumentisme luider klinken.

De vraag naar volkstuintjes is enorm, zelf telen en kweken van groente is een trend. Naast de zelf verbouwende particulier die kweekt voor eigen gebruik zijn kleinschalig werkende groenteproducenten opgestaan. Zij weten via social media hun doelgroep te bereiken. Deze nichebeweging levert een alternatief voor het supermarktaanbod van voorverpakte, voorgesneden groenten. Anno 2012 is het kleinschalig kweken van groenten in de stad nog één grote ontdekkingstocht vol verrassingen en met initiatieven als ‘over de datum eetclubs’, undergroundrestaurants en wildplukkers. Wildplukkers, inderdaad. Want burgelijke ongehoorzaamheid is troef sinds de raapchef van het gelauwerde sterrenrestaurant Noma in Kopenhagen onlangs werd beboet voor illegaal paddenstoelen plukken.

Terug naar tuinieren in de verstedelijkte omgeving. Het doorzettingsvermogen van slechts één individu kan iets groots in gang zetten. Kleine initiatieven kunnen uitgroeien tot grandioze bewegingen. Het sleutelwoord voor de vergroening van de stad is ‘engagement’.

Gemeenten hebben hun beleid ten aanzien van tuinieren op straat langzamerhand versoepeld. Was in de openbare ruimte voorheen vrijwel niets toegestaan, gaandeweg zwakte het beleid af tot gedogen en tegenwoordig geven gemeenten zelfs actief steun aan particuliere groene initiatieven. Stratenmakers rukken uit om inwoners van de stad te helpen stoeptegels en straatzand af te voeren, smalle betonbandjes en groeizame tuinaarde worden aangevoerd. Er zijn zelfs steden die hun inwoners een compleet plantenpakket voor een geveltuintje aanbieden. Tegen stérk gereduceerde prijs.

Een stad vol betrokken burgers die zelf in hun eigen leefomgeving met groen aan de slag gaan, vraagt om een aangepast beleid en een andere manier van denken. Of gewoon geen beleid en niet meer denken? Gewoon beginnen… Engagement… Wie durft?

, , ,

Comments are closed.

Hofstijl, het laatste woord uit Den Haag