Vakantieblues: 1974

1974 - foto

Het jaar van de WK voetbalfinale tegen West-Duitsland en het jaar waarin ik trouwde. Beide gebeurtenissen kenden een desastreuse afloop. ‘Zijn we er toch ingetuind’, waren de historische woorden van Herman Kuiphof, toen Gerd Müller na bijna anderhalf uur de Nederlandse droom aan diggelen schoot. Twaalf jaar later zouden mijn vrouw en ik woorden van gelijke strekking gebruiken en uit elkaar gaan.
In dat jaar zag ik ook The Godfather, de film van Francis Ford Coppola naar het gelijknamige boek van Mario Puzo. De film begint met de Godfather Waltz, gecomponeerd door Nino Rota. De muziek klinkt klagelijk en onheilspellend, gevolgd door de vrolijke beelden van een bruiloft. Conny, dochter van godfather Don Corleone, is de bruid. Maar trouwerij of niet; business is business, dus voor Don Corleone gaan de zaken gewoon door.
‘Make him an offer he can’t refuse’.
Tijdens de film moest ik denken aan mijn bruiloft die ook thuis zou worden gevierd, in het café van mijn vader. Zonder de gevierde zanger Johnny Fontane uit de film, maar met de Red Stars, een bandje uit het naburige Geffen. Minder spectaculair misschien, maar met carnaval zorgden ze in een handomdraai voor een gezellige sfeer. Voor mijn vader zou er geen aanleiding zijn om nog tijdens het feest zaken te doen. Eigenlijk was mijn bruiloft een beetje zijn afscheid als kastelein; de bevestiging dat ik niet in zijn voetsporen trad, maar mijn eigen weg zou gaan. ‘Make him an offer he can’t refuse,’ had mijn moeder in haar eigen woorden geroepen. Maar hij en ik wisten dat het zinloos was.
Broer Michael verschijnt op Conny’s bruiloft, samen met zijn vriendin Kay. Michael is anders dan zijn broers, anders dan zijn vader. Hij studeert. Michael is geenszins van plan zijn vader op te volgen. Hij houdt van hem, maar van zijn zaken moet hij niets hebben. ‘Zo is mijn familie. Ik niet,’ houdt hij Kay voor. Tot er een aanslag op Don Corleone wordt gepleegd en Michael verandert van een dromerige student in een wraakzuchtige moordenaar. Hij doodt de opdrachtgevers van de aanslag en vlucht naar Sicilië, ‘waar vrouwen gevaarlijker zijn dan geweren‘. Daar ontmoet hij Apollonia Vitelli, dochter van de lokale kroegbaas en wordt verliefd.

Jaren later loop ik door de straten van Forza d’Agro, een bergdorpje aan de oostflank van Sicilië, en denk aan de jonge Michael. Ik wandel dezelfde weg die hij en zijn bruid Apollonia liepen naar de Chiesa di San Nicolò. Zonder fanfare, zonder familie en vrienden, zonder mijn bruid. Alleen de zon, de nauwe straatjes en het scherpe geluid van een enkele cicade. De Chiesa lijkt in niets op de Don Boscokerk waar ik trouwde. Brede trappen, grote grijze en witte blokken steen, uitbundige ornamenten rond de deuren en ramen. Binnen is het koel en stil. Twee zwart geklede, oude vrouwen knielen voor de beeltenis van Maria, de heilige moeder. Ik sluit mijn ogen en hoor een trompet het Ave Maria spelen, zie mijn bruid naar het Maria-altaar schrijden, haar groene jurk deinend in eeuwigdurend geruis. Ze legt haar gelofte af. ‘Make her an offer she can’t refuse’. Mijn moeder pinkt een traan weg, de pastoor kijkt stiekem op zijn horloge want tijd is geld, business is business.
Buiten vervolg ik de weg van het bruidspaar, lopend van Forza d’Agro naar Savoca, naar Bar Vitelli, het café van Apollonia’s vader waar de bruiloft werd gevierd. Mijn gedachten dwalen naar mijn vrienden Tiny, Piet, Ruud en Frans die mijn bruid en mij optilden en naar het midden van de dansvloer droegen waar we elkaar zoenden. Een mooie gelegenheid voor de Red Stars om de polonaise in te zetten: ‘Lang zullen ze leven’.
Bar Vitelli ziet er angstaanjagend echt uit. Ik moet even slikken. Het uithangbord, het kralengordijn, zelfs de terrasstoeltjes lijken authentiek. Alsof de tijd heeft stilgestaan. Ook het interieur moet eruit zien als in de dagen dat Francis Ford Coppola hier zijn film opnam. Hij gaf de bar de naam Vitelli en liet het uithangbord maken dat nog steeds het grijze geveltje siert. Binnen hangen foto’s van Marlon Brando en Al Pacino; Don Corleone en zijn zoon Michael.
Ik ga op het terras zitten en krijg de foto van mijn vader en mij op mijn netvlies, samen achter de bar van het café. Het moet carnaval zijn geweest, want we dragen beiden een boerenkiel. Hij tapt een biertje, ik sta naast hem en kijk lachend in de lens.
Nog even en Nino Rota speelt het thema van the Godfather, langzaam opborrelend als een ontspringende bron en dan zal Maria D’Arrigo het kralengordijnen opzij schuiven, naar buiten komen en vragen wat ik wil drinken. Maria is de eigenares van de bar en moet net zo mooi zijn als Apollonia Vitelli was. ‘Een klassieke, Italiaanse schoonheid,‘ zo verzekerde een vriend van me. ‘In haar zie je de schoonheid van Sicilië terug, de bergen, de olijven, de citrusvruchten.’
Nino Rota zet aan. Ik hoor het kralengordijn ritselen, draai me om en daar staat Maria. In alles Sicilië. Met haar als stekels van een citrusvrucht, een huid als een olijf, niet glanzend strak, maar groen en verrimpeld als de flanken van de Etna. Ben ik er toch ingetuind.

Uit: Vakantieblues – Riny Boeijen – uitgeverij U2pi BV – isbn 978-90-8759-195-3

, , , , ,

4 Responses to Vakantieblues: 1974

  1. Frans augustus 14, 2012 at 4:00 pm #

    7 juli 1974. Mijn verjaardag. Lekker met z’n allen voetbal kijken. Na de snelle 1-0 trekken we nog een flesje open. Helaas winnen de Duitsers en iedereen gaat, een illusie armer, naar huis. We blijven met de hapjes zitten, die we voor na de wedstrijd hadden bewaard. Bij ieder EK of WK moet ik hieraan denken. En na het lezen van deze column weer.

    • Riny Boeijen augustus 14, 2012 at 7:15 pm #

      Ja Frans, daar zullen we mee moeten leren leven. Dank voor je reactie.

  2. ger augustus 14, 2012 at 9:08 pm #

    Ok, lets go, 1974, vakantiewerk, bananen boten lossen, steeds draaide iemand uit en die kon uitrusten, iedereen zeer betrokken bij het WK waarbij Nederland het beste voetbal ooit speelde.
    Technisch en tactisch en fysiek superieur, we praatten honderduit.
    De dag na de finale werd NIETS gezegd.
    Dat was dat.
    De columns over de zestiger jaren vond ik véél beter (maar de muziek was toen ook zo superieur, zoals het Ajax van Cruijff)

    • Riny Boeijen augustus 14, 2012 at 9:24 pm #

      Mee eens Ger, wat de muziek en het voetbal aangaat. Misschien word je wat de columns betreft morgen op je wenken bediend. Groeten.

Hofstijl, het laatste woord uit Den Haag