Vakantieblues: Opa Kadett

1 nacht alleen

‘Pap, we gaan naar Frankrijk hè? Dat is ver en daarom moeten we heel lang rijden.’
‘Ja,’ zuchtte ik en schikte de blikken tomatensoep tussen de rollen toiletpapier. Al dagen waren we bezig noodzakelijke proviand, kleding, zwemspullen, speelgoed en wat al niet meer te verzamelen en in te pakken. Het leek wel of we gingen emigreren, terwijl ons verblijf toch echt maar twee weken duurde. Mijn vrouw had een lijst aangelegd waarop ze, elke keer als ik iets afvinkte, weer twee dingen bijschreef. Er kwam geen eind aan.
Vanmiddag was ik druk in de weer geweest om de dozen en zakken in de achterbak van mijn auto te krijgen. De Opel Kadett zou op zijn oude dag verder door zijn hoeven zakken dan ooit, om ons daarna in redelijk gezwinde spoed richting Limoges te brengen, naar Croisille sur Briance, om precies te zijn.
Ik had er alle vertrouwen in. Hij had me nog nooit in de steek gelaten, zelfs niet in de winter van 1986. Met een dikke laag ijs op de binnenkant van de ramen, was één keer de sleutel omdraaien voldoende geweest om hem aan de praat te krijgen. En ook al was zijn leeftijd aan de hoge kant en had je bij windkracht twee of meer het gevoel elk moment te kunnen opstijgen, zijn betrouwbaarheid was ontroerend. Het kon dan ook geen toeval zijn dat mijn jongste dochter hem Opa Kadett noemde.
Recentelijk nog had ik Opa laten overspuiten. Bij een mannetje. Ik hoefde alleen de arbeidsuren te betalen. De verf had hij over van een vorige klus; felblauw metallic. Niet een kleur die ik spontaan zou hebben uitgekozen, maar de prijs was er dan ook naar. Ik had zelfs nog kunnen afdingen, want tijdens het drogen had een vogel zijn keurmerk op de achterklep getatoeëerd. Overspuiten bleek geen optie, want de verf was op. Ik zat er niet mee. ‘Men noemt geen koe bont of er zit wel een vlekje aan’, zei mijn vader altijd. En mijn heilige koe kon dat vlekje best hebben.

Vlak voor het vertrek brak er enige paniek uit. Mijn oudste dochter was haar favoriete knuffel kwijt. Hansje, een lappenpop van onbestemde kleur die glansde van de braakselresten, snot, speeksel en ander ongerief, maar zonder zou ze geen oog dicht doen. De jongste had ook zo’n geurvreter. Geen pop, maar een lakentje uit de tijd dat ze nog in de wieg lag. Het voordeel daarvan was dat je die meurende lap nog af en toe kon wassen.
Eensgezind begonnen de dames hun zoektocht, de jongste ‘Hansje, Hansje’ roepend in de hoop dat de pop zijn schuilplaats zou verraden. Ik liep met enig genoegen een rondje om Opa die blonk als in zijn jeugdjaren. De hele zaterdag had ik besteed om hem vertrekklaar te maken. Vol trots zou hij zich weer met al dat jonge spul kunnen meten. Het had een half blik Commandant en een paar handdoeken gekost, maar het resultaat was er dan ook naar.
Ondertussen bleef Hansje zich zo lang schuil houden, dat ik besloot zelf te gaan zoeken. Na twee minuten vond ik hem. In de wasmachine. Het zou me niet verbazen als hij daar uit eigen beweging in terecht was gekomen.
We waren nog geen half uur onderweg toen mijn oudste dochter wagenziek werd. De coördinatie tussen moeder met emmer en misselijke dochter bleek niet geheel op elkaar te zijn afgestemd, met als gevolg dat zelfs mijn neus het onderscheid tussen mijn vrouw, Hansje en de duimlap van de jongste niet meer kon onderscheiden.
In de buurt van Venlo had de jongste haar snoepzak voor onderweg al leeg en liet dat merken.
‘Pap, zijn we er al? Ik vind het niet leuk meer.’
Het werd hoog tijd om plan B te starten; Doe Maar. De meiden waren idolaat van Doe Maar en kenden alle teksten van buiten. Dat had zijn bekoring, maar was soms ook lastig; met oma op bezoek en ‘Je loopt je lul achterna’ door de kamer zingend.
Het hielp. De dames zongen of hun leven ervan afhing en het leek of Opa Kadett zweefde, ondanks dat er nauwelijks enige wind stond. Pa kwam voorbij en Nachtzuster. Heroïne kreeg iets vertederends, mits gezongen met een duim in je mond. En Eén nacht alleen begon na de vierde keer een bijzondere dimensie te krijgen. Zeker toen de jongste alarm sloeg.
‘Ik moet drukken.’
Ik was net begonnen een colonne vrachtauto’s in te halen.
‘Even ophouden. We komen zo bij een pompstation.’
‘Ik moet drukken. Nu.’
‘Je hoort dat kind toch. Ze moet nu.’
Het hele damescompartiment was tegen me. Ik zocht wanhopig naar een gaatje om Opa op de hogenoodstrook te manoeuvreren.
‘Pap, ik moet núúúú.’
Ik sneed een vrachtwagen af, zeilde de vluchtstrook op en kwam met piepende remmen tot stilstand, luid nagetoeterd door een woedende trucker. Mijn vrouw had de emmer al in de aanslag en ik hield een deken voor de deur zodat de privacy van de jongste enigszins was gewaarborgd. Het heeft nog een half uur geduurd voor ik een pompstation tegenkwam waar ik de boodschap kon achterlaten.
De stemming bereikte haar hoogtepunt bij de nadering van die grote rotonde vlak voor Parijs; de plek waar minstens één op de tien echtparen definitief vaststelt dat hun huwelijksakte de prullenbak in kan. Mijn vrouw twijfelde aan mijn kennis van de Franse taal. Ik had bedenkingen bij de wijze waarop ze kaart las. Nog een geluk dat de oudste bij de les was gebleven.
‘Hier zijn we al een keer geweest, pap.‘
Daarna ging het crescendo. We deden spelletjes.
‘Jongens, nu moeilijke woorden. Ik begin: regering.’
‘Dat weet ik,’ antwoordde de oudste. ‘Dat is de baas van het land.’
‘Goed zo.’
‘Dat wist ik ook hoor,’ mokte de jongste.
‘Nou jij mam.’
‘Hotel.’

‘Daar ga je naar toe met vakantie,’ brulde jongste. ‘En ik weet ook een moeilijk woord: terwat.’
Even was het stil.
‘Dat is geen woord,’ zei de oudste.
Mijn vrouw en ik keken elkaar vragend aan.
‘Dat is wel een woord,’ bekte de jongste terug.
‘En wat betekent dat dan?’
‘Dat mama iets niet mag weten. Want toen papa laatst een handdoek uit de kast haalde om Opa te poetsen zei hij: ‘Niets tegen mama zeggen, anders zwaai terwat’.’
Mijn vrouw en ik hebben nauwelijks nog een woord gewisseld, hooguit ongewild samen gezongen. Uit volle borst: Eén nacht alleen. In de avond bereikten we Croisille sur Briance.
‘Opa Kadett zal ook wel moe zijn,’ zei de jongste toen ze samen met haar zus naar bed ging. Niet lang daarna gevolgd door mijn vrouw. Die had voor mij een plek op de divan gereserveerd.
‘Eén nacht alleen. Dat wilde je toch?’

Uit: Vakantieblues – Riny Boeijen – uitgeverij U2pi BV – isbn 978-90-8759-195-3

, , , , ,

4 Responses to Vakantieblues: Opa Kadett

  1. Miek37 augustus 16, 2012 at 10:14 am #

    Ghehehe, wat een heerlijk verhaal! 😉

    O ja en die Opeltjes blijven maar gaan, zelfs de ouwetjes weten van geen ophouden!

    • Riny Boeijen augustus 16, 2012 at 4:43 pm #

      Dank voor je leuke reactie Miek.

  2. ger augustus 16, 2012 at 6:42 pm #

    Tips voor het volgende jaar:
    -Minder zaken als blikken tomatensoep meenemen: Hebben ze daar ook.
    -Minder negatief doen over het kaart lezen van de vrouw.

    • Riny Boeijen augustus 17, 2012 at 8:06 pm #

      Bedankt voor de tip Ger, maar helaas 25 jaar te laat.

Hofstijl, het laatste woord uit Den Haag